Op de lange glazen tafel voor op het toneel, ligt een man te slapen. Of is hij dood? Er wordt een enorme slang op zijn buik vastgezet, een soort reusachtige stofzuigerslang, afkomstig uit een technisch hoogstaand ogende installatie aan het plafond. In Frankenstein, de nieuwe voorstelling van d'Electrique in een bewerking van Ko van den Bosch, is de horrorklassieker van Mary Shelley naar deze tijd gehaald. Het monster is het resultaat van een duizelingwekkend wetenschappelijk experiment in het laboratorium van Victor Frankenstein, gespeeld door Ko van den Bosch zelf. Het is samengesteld uit vele van allerlei resten afkomstige stamcellen: een revitalisatieproces van ongekende omvang. Als het monster tot leven komt, rukt hij zich los van de stofzuigerslang, met harde schreeuwen van pijn. Meteen al blijkt hij te kunnen praten, al is het een vreemd Babylonisch koeterwaals, doorspekt met intrigerende begrippen, zoals een 'rubberen tepelhofje'. Vrij snel ook al blijkt dat er aan zijn moraal nog het een en ander ontbreekt; het onderscheid tussen leven en dood is hem vreemd.

Ko van den Bosch schreef een heftig stuk met lange monologen van dokter Frankenstein over de hypocrisie van de wetenschap en met, zoals bekend van d'Electrique, zeer fysiek spel. Peter Vandemeulebroecke speelt een geweldige rol als het monster. Hij weet zelfs te ontroeren met zijn onvermogen om iets te voelen. Een mooie scène is die waarin Frankenstein beseft dat hij een einde moet maken aan het leven van het monster omdat hij dood en verderf blijft zaaien. Hij schiet expres naast: "Als God heb ik emotioneel mijn grenzen".

De overgangen zijn rauw: harde muziek en krachtige beelden roepen een sfeer van geweld en dreiging op. De acteurs worden vrijwel steeds van onderen belicht met grote, ouderwetse toneellampen die hen een gevaarlijk voorkomen geven.

In het postmoderne universum van Frankenstein komen verder nog een door en door cynische vriend voor (Aat Ceelen, vermomd achter een hoed waaruit draadjes naar beneden vallen en waar hij zijn sigaar doorheen prikt), een travestierol, een vrouw die telkens een andere pruik opzet en de vrouw die het slachtoffer wordt van de grillen van het monster. In een adembenemende slotscène danst hij met haar dode lichaam in een stortvloed van ijsblokjes. Een schokkend beeld en fysiek een aanslag voor hen allebei.