"Het gaat vast en zeker niet mijn beste voorstelling worden", waarschuwt Servaes Nelissen het hoopvol gestemde publiek tijdens een korte inleiding. Of hij iets 'rond de voorstelling' kan doen, vragen de theaters tegenwoordig namelijk, een nagesprek of een fijne workshop 'Manipulerend Communiceren'. Dus doet hij nu zelf eerst maar de inleiding.

Servaes Nelissen is poppenspeler en acteur. Vorig jaar won hij de Gouden Krekel voor 'meest indrukwekkende podiumprestatie' voor zijn rol in Lang zal die wezen van Beumer & Drost. Vandaar dat de verwachtingen nu maar "niet al te hoog gespannen moeten zijn". Zijn nieuwe voorstelling, De Broekophouder, is opnieuw een door hemzelf geschreven, bedachte en gespeelde voorstelling in de traditie van onder andere Dollywood, Herberts Aquarium en Purcity. Vaak gaat het over eenzame mannen die niet al te veel om handen hebben, behalve zichzelf een beetje moed in te praten. In De Broekophouder gaat het over Ron Scherpenzeel die een carrière achter de rug heeft als buikspreker en de laatste jaren als communicatietrainer en spindoctor de kost heeft verdiend. Zijn huwelijk is na een amoureuze misstap zijnerzijds op de klippen gelopen en Ron moet het huis uit. We treffen hem aan in een flat op de elfde verdieping tussen de emmers latex, een eenpersoons matrasje op de grond en een goedkope tafel als enig meubilair. En daar vindt hij Norbert, zijn oude buikspreekpop, na twintig jaar terug in een oude koffer. Norbert is helemaal niet tot stof vergaan, maar vol levenslust, heel erg boos op zijn baas en behoorlijk grofgebekt.

Servaes Nelissen kan toveren met poppen. Ze zijn simpel gemaakt, worden met eenvoudige middelen bediend en ze komen binnen de kortste keren tot leven. Met een groen geruite theedoek om het hoofd verandert Norbert opeens in de oude moeder van Ron: haar hoofd een beetje afgewend als Ron iets wil vertellen dat haar niet zo bevalt en met een vermoeide tred in de opeens stokoude benen. Zo komen er nog meer personages tot leven waaronder de ex van Ron die plotseling bij hem in bed blijkt te zijn belandt. Het leidt tot een hilarische seksscène.

De teksten zijn grotendeels door Servaes zelf geschreven, afgezien van een aantal liedbijdragen van Peer Wittenbols. Ze zijn geestig en heel herkenbaar. Met groot gemak springt Servaes van de rol van inleider of commentator in de rol van Ron Scherpenzeel en telkens weet hij met

een enkel woord de goede toon te treffen. Zijn timing is perfect. Aan het eind heeft Norbert het laatste woord en heeft Servaes Nelissen, ondanks zijn waarschuwing vooraf, een mooi kleinood toegevoegd aan zijn verzameling unieke mansportretten.