Hij is een meester in het zaaien van tweedracht, Davies, de oude zwerver. Als hij door Aston wordt meegenomen naar zijn armoedige kamer, slaagt hij er in de kortste keren in verwarring te stichten. Een arme, oude zwerver is hij, maar intussen: zo leep als een deur. René van 't Hof is geknipt voor de rol van Davies. Zijn meesterlijke mimiek, de totale ontreddering die hij uitstraalt, zijn trouwe hondenblik die elk ogenblik om kan slaan in iets gevaarlijks agressiefs; ze leveren de ingrediënten op voor een ideale rolinvulling. Van 't Hof heeft bovendien altijd de lach aan zijn kont hangen: hoe treurig ook, je moet altijd om hem lachen. Een zeldzaam talent voor het tragikomische.

Paul Knieriem regisseert bij Toneelschuur Producties De Huisbewaarder van Harold Pinter in de vertaling van Magne van den Berg. Niet zo heel veel gespeeld meer de laatste jaren; Johnny Kraaykamp speelde de rol in 2002 in een regie van Berend Boudewijn. Het stuk dateert uit 1959 en betekende de internationale doorbraak van Pinter als toneelschrijver.Zoals in al zijn werk overheerst een gevoel van vage dreiging. In dit geval gaat het om twee broers, waarvan Aston, de jongste de oude zwerver op een druilerige nacht meeneemt naar huis uit medelijden. Gaandeweg wordt duidelijk dat Aston (een sterk spelende Jan-Paul Buijs) niet helemaal goed bij zijn hoofd is, hij heeft een hersenoperatie ondergaan; zelf denkt hij dat de enorme rotzooi in hun huis heus ooit wel eens opgeruimd zal zijn als hij eerst maar eens dat schuurtje heeft gebouwd. De oudere broer is een huisjesmelker en heeft ook zo zijn dromen: ooit wordt het totaal vervallen pand waar zij wonen een paleis met koningsblauwe gordijnen en zachte tapijten. Davies op zijn beurt gelooft dat alles in orde komt als hij zijn papieren kan ophalen in een stadje verderop. Zo koesteren ze alle drie hun illusies.

De Huisbewaarder is vooral spannend door de telkens verschuivende machtsverhoudingen en de latente agressie.Davies speelt de broers tegen elkaar uit, waardoor hun verhouding op scherp komt te staan.Zijn taal staat bol van deparanoia en vreemdelingenhaat, maar hij heeft ook een enorm incasseringsvermogen. Om de haverklap heeft hij het over respect. Het onvermogen is groot: zo staat in de lege ruimte een grote doos van piepschuim waarop Davies slaapt naast een (niet werkend) gasfornuis. En hoe vaak Davies ook klaagt over dat fornuis, niemand komt op het idee om het ding een stukje opzij te zetten.

Knieriem (vorig jaar maakte hij de veelgeprezen Troje Trilogie) kiest in zijn versie van Pinters tragikomedie voor de rauwheid en de troosteloosheid. Wessel Schrik zorgt voor snerpende muziek tussen de scènes door; het decor van Marloes en Wikke toont een totaal onttakelde ruimte waar landbouwplastic een chaos aan snoeren en stopcontacten verbergt. De personages cirkelen om elkaar heen, in een dans van misverstanden en onvermogen. Knap hoe zij desondanks weten te ontroeren en hoe die tegenstrijdige uitspraken en subteksten af en toe ook heel erg grappig zijn. Herkenbaar, eigenlijk wel.