Iedereen heeft zo wel zijn eigen herinneringen aan en fantasieen over het fenomeen van 'de juf' en 'de meester'. Prototypes zijn het van lang vervlogen tijden: de ouderwetse, strenge meester prikkebeen of de wat liever uitgevallen juffen, met een knotje. Of moeten we denken aan hedendaagse varianten , met meer idealistische opvattingen hoe er met onze kleine schatjes dient te worden omgesprongen? De twee monologen, De juf en De meester, gespeeld door respectievelijk Elsje de Wijn en Jerome Reehuis, staan los van deze vooronderstellingen over prototypes uit het onderwijs. Het zijn eigenlijk portretten van twee extreme zielepoten die schrijver Edward Montie schetst. De juf is een ouwelijk type, gehuld in een roze twinset, een grijze plooirok, degelijke stappers en een haardracht die anno 1955 voor fris moet hebben doorgegaan. Juf wordt gekweld door vele angsten waaronder die voor onreinheid en viezigheid nog maar een van de onbeduidendste is. Boenen en schrobben luidt haar devies dan ook. In een monoloog die niet altijd even overtuigend switcht van een soort openbare les ("Stilte!") tot een bekentenis van haar meest troebele, intieme drijfveren, schetst ze een beeld van haar armzalig bestaan. Na een crisis waarbij de schrijver niet schuwt haar met een buik vol slaappillen in de pan erwtensoep terecht te laten komen (haha), komt ze op school terug. Haar angst voor alles wat vreemd is, blijkt alleen maar toegenomen. Tot leven komen doet het personage van de juf niet, daarvoor is ze met te grove cliche-trekken geschetst en blijft er teveel in de lucht hangen. Datzelfde geldt voor het tweede gedeelte van de avond. De geschiedenis van de meester is helemaal losgekoppeld van het onderwijsvak, al heeft hij er in het verre verleden een prive-leerling op nagehouden voor wie hij een heftige passie opvatte. Zijn leven is erdoor ontwricht: een nette pedofiel, vernietigd door het lot. De monoloog wordt gehouden in een nogal ongeloofwaardige setting: de man vertelt zijn verhaal tegen de nieuwe eigenaar van zijn huis die staat te wachten tot hij opgedonderd is. Ook hier niets dan misere, dwangneurose en zelfhaat, gekoppeld aan een vorm van zwartgallige humor. Zo vertelt de meester dat hij destijds getrouwd is met zijn vrouw omdat ze zo in en in lelijk is (haha). Het is te danken aan het onbetwiste acteertalent van keien als Elsje de Wijn en Jerome Reehuis dat zij nog iets weten te maken van deze levenloze neuroten. Zij nemen de vreemdste hobbels en bochten met bewonderenswaardig vakmanschap.