Opgewekt kloppen de twee vrouwen het enorme picknickkleed met rode rozen uit. Eerst moeten ze wat eten, je krijgt enorme trek van frisse lucht en zondagse boswandelingen. Bovendien hebben ze tijd nodig om eens rustig na te denken: vlak achter hen dreigt een man in de rivier te verdrinken.

Omstanders is een lichtelijk absurdistische toneeltekst, geschreven door Toon Tellegen. Eerder maakte dezelfde cast, uitgezonderd Joep Onderdelinden, een succesvolle voorstelling van zijn verhaal Twee oude vrouwtjes. Carla Mulder haalde de schrijver over om een nieuw stuk te schrijven. Omstanders is een prachtige tekst waarin, zoals in al het werk van Tellegen, de relativering, de paradox en de omkering belangrijke stijlmiddelen zijn. Het is onnadrukkelijk proza, ontdaan van alle gewicht.

De twee vrouwen zijn geobsedeerd door een zoektocht naar het geluk en en passant komen allerhande geestige en (quasi-) diepzinnige mijmeringen over wat geluk nu eigenlijk is. Zo wordt over een man verteld die een smakeloos en grof soort geluk uitstraalt, waar je misselijk van wordt; als je hem hebt ontmoet, voel je je alsof je een bord spekvet hebt gegeten.

Door de toevoeging van een derde persoon, wordt de spanning verlegd. Joep Onderdelinden speelt niet alleen de verdrinkende man, hij heeft ook de rol van de alwetende verteller. Een in het toneel weinig gebruikelijk procedé dat verrassend goed werkt. Heel koel observeert de verteller het gedrag van de vrouwen en vat hun emoties samen. Dat levert een geestige confrontatie op met wat de vrouwen tegelijkertijd zelf uitstralen.

De regie van Lidwien Rothaan is helder, eenvoudig en benadrukt de lichtheid. Ook het decor, een soort golf van groene planken, is in zijn abstractie uiterst doeltreffend. De muziek draagt bij aan het creëren van een onschuldig universum, door een Paulus de Boskabouter-achtige sfeer. De twee vrouwen, uitstekend gespeeld door Carla Mulder en Ria Eimers, babbelen intussen maar door over wat ze zouden kunnen doen of moeten doen. Ze stellen zichzelf en de man alle mogelijke en vooral ook onmogelijke vragen: wil hij wel gered worden? Waar denkt hij aan? Ziet hij zijn leven al als een flits aan hem voorbijgaan? Dat levert veel tragikomische momenten op. Terwijl de drenkeling vergeefs om hulp roept, vragen de vrouwen zich af of ze niet iets opbeurends hadden moeten roepen, om het afscheid te verlichten.