De een doet het denken aan een gevangenis, de ander aan een huisje op Schiermonnikoog. Vader en zoon kijken op een andere manier tegen de dingen aan, dat is duidelijk. Het begint al met de muziek. De vader haalt uit zijn oude platenkoffer grijsgedraaide, krakende lp's van Bette Midler en Elvis te voorschijn; de zoon verschanst zich in de andere hoek met zijn gettoblaster waaruit stampende hardcore nummers klinken. Om beurten drukken ze elkaars favoriete muziek weg.

De acteurs, de jonge theatermaker Guido Kleene en de bijna twee keer zo oude Hans Man in t Veld (56), hebben een lichtvoetige, persoonlijke voorstelling gemaakt over de moeizame relatie tussen vader en zoon. Allebei vertellen ze ze hun eigen vader nauwelijks gekend te hebben en geen van beide heeft een zoon. In de fragmentarische tekst wordt vanuit verschillende invalshoeken bijna schoorvoetend gezocht naar de wederzijdse verwachtingen van de twee generaties. Agressie, angst voor afhankelijkheid, de behoefte zich los te maken van de ander zijn net zo aanwezig als de behoefte aan liefde en geborgenheid. Gelukkig wordt elke neiging tot gepsychologiseer vermeden. Op speelse wijze cirkelen de mannen om elkaar heen; nu eens is de een in de aanval, dan de ander. Geestig is bijvoorbeeld de scène waarin de vader wordt uitgenodigd om even ontspannen te gaan zitten. Terwijl vader met zijn ogen dicht geniet van de behandeling, zien wij de zoon steeds heftiger vechtbewegingen maken richting de vader. Ontroerend is het wanneer de beide mannen de smokingjasjes en overhemden hebben uitgetrokken en in hun witte hemdjes signaleren in welke lichaamsdelen ze specifieke kenmerken van hun respectievelijke vaders herkennen.

De titel Jason's Zonen, waarin gerefereerd wordt aan het Medea-verhaal, suggereert meer tragiek en diepgang dan wordt waargemaakt. Het is een lichte, sympathieke voorstelling door de persoonlijke inbreng, de muziek die als rode draad fungeert en de fysieke speelstijl.