Als de voorstelling begint, is het feest duidelijk voorbij. De enorme tafel is bezaaid met etensresten, halflege glazen en flessen, op de bordkartonnen achterwand heeft iemand met een mes een lachend gezicht gekerfd. Een feestganger is achtergebleven: een man die bedachtzaam, zijn smetteloos witte servet als een witte bef op zijn dure, zwarte pak geplooid, spreekt over degenen die -hahaha- nog hoop koesteren op een toekomst.
Deze filosoof, het cynisme voorbij richt zich dan tot zijn denkbeeldige buurman, gaat op diens stoel zitten en verandert in no time van gedaante: van zalvende dominee tot een volstrekt liederlijke, met genadeloze zelfspot over zichzelf sprekende topindustrieel. En zo schuift acteur Jeroen Willems in het eerste deel van Twee Stemmen, een monoloog gebaseerd op werk van Pier Paolo Pasolini, wel zes keer op van stoel. Met eenvoudige middelen- bril af, jasje aan, andere schoenen, pruik- laat hij een scala van personages voorbij trekken uit het milieu van intellectuelen, managers en topindustrielen. Het onttakelde the party is over' decor geeft adequaat het failliet van de consumptie-maatschappij weer, zoals de personages een overtuigend beeld geven van het morele verval van de huidige tijd. Ondanks de weergaloze vertolking door Jeroen Willems, beklijft het gedachtengoed uit de eerste monoloog, die eigenlijk Zes Stemmen laat horen, niet lang. Vooral het laatste verhaal, een typisch Pasolini-verhaal vol geweld, incestueuze verbintenissen, schuld en seksualiteit over een vader die zijn geslachtsrijpe zoon doodt, komt niet tot zijn recht.
De tweede monoloog in het dubbelprogramma van theatergroep Hollandia is gebaseerd op het allerlaatste werk van de vorig jaar overleden Franse schrijfster Marguerite Duras. In Dat is alles schrijft zij als oude, zieke vrouw autobiografische overpeinzingen over het verdriet van het afscheid nemen.
Van de stamelende, zich vaak herhalende tekstflarden die Duras, duidelijk heel erg ziek en wachtend op de dood, nog aan het papier weet te ontfutselen, maakt actrice Betty Schuurman een indringende en ontroerende voorstelling. In haar bontjas schuifelt ze het toneel op en gaat zitten, de benen wat uit elkaar zoals oude vrouwen vaak doen. Gehuld in die bruine bontjas maakt ze een verloren indruk, maar roept tegelijk iets op van de grandeur van vroeger. Met de starre blik van iemand die geen enkele illusie meer heeft, vertelt de oude vrouw wat haar nog rest. "Alles is ijdelheid en het najagen van wind", realiseert ze zich. Maar toch breken, ondanks de wanhoop van het besef dat ze nog minder dan een schaduw is van wie ze ooit was, de vitaliteit en de hartstocht zo nu en dan door. Schaarse momenten zijn het, die des te sterker de niet in te tomen levenskracht laten zien. Een broze, intense voorstelling maakt Betty Schuurman van bijna niets en aan het slot danst ze terecht, alle morele verval ten spijt, een overwinningsdans op het leven.