Een stalen tucht eist Bint. De tijd van gemoedelijkheid, van verbroedering is voorbij. Men moet teruggrijpen naar het oude systeem 'van macht en van vrees'. In Bordewijks gelijknamige roman Bint (1934) staat de schooldirecteur voor ijzeren discipline. Een meedogenloos heerschap is het die nergens voor terugdeinst. Zelfs als een van zijn leerlingen zelfmoord pleegt, blijft hij vasthouden aan zijn systeem van kadaverdiscipline. De jonge docent De Bree voelt zich thuis in dat milieu. Hij mag de weggepeste collega van klas 4d, bijgenaamd de Hel, vervangen en hij gaat de strijd vol in.

Bordewijk schreef zijn roman in korte, bondige taal waaruit al het overbodige is weggehaald, een voorbeeld van de Nieuwe Zakelijkheid. Het boek riep, naast lof uit literaire hoek, ook de nodige kritiek op. Bordewijk zou de leer van 'stalen tucht' verheerlijken. Waarschijnlijker is het dat Bordewijk wilde waarschuwen voor het opkomende fascisme in de jaren dertig.

Ger Thijs heeft Bint nu voor toneel bewerkt en geregisseerd. Eerder deed hij dat al met Karakter, ook een roman van Bordewijk en misschien nog wel bekender dan Bint, al is het vooral door de legendarische verfilming.

Bint speelt zich af in een decor dat wordt gedomineerd door een drietal taps oplopende kasten die als schoolbanken worden gebruikt. De leerlingen worden gespeeld door tien jonge acteurs in de dop die om beurten gedweeë leerlingen spelen (die van De Bloemenklas) of opstandig zijn (de leerlingen van klas 4d, de Hel). De rol van Bint wordt gespeeld door Jules Croiset, een rol die hem op het lijf is geschreven, met zijn zware stem en zijn imposante verschijning. Tijn Docter is De Bree, de jonge docent die wat wereldvreemd is, maar zich ondanks de nodige aarzelingen toch committeert aan de 'stalen tucht'. Daarnaast worden enkele dubbelrollen gespeeld door Reinier Bulder en Ella van Drumpt; Hanneke Last speelt de rol van To Delorm, de jonge docente die met haar 'klaterende lach' voor een van de schaarse momenten van vreugde zorgt op school. In zijn bewerking heeft Thijs de opbloeiende verliefdheid tussen De Bree en Delorm wat meer gewicht gegeven dan in de roman. Vooral in het deel na de pauze – het tweetal gaat dan een week op vakantie met een schoolklas, een geestige scène met twaalf zwoegende fietsers op toneel –, wordt dat heel duidelijk. Inmiddels is de sfeer gekanteld: na de zelfmoord van de leerling ontstaan er rellen op school en Bint neemt ontslag.

Vreemd genoeg kiest De Bree desondanks aan het slot niet voor de liefde en de vrijheid maar voor de angst- en vreescultuur van de stalen schoolmeester. Bint raakt niet echt, deels vanwege die tegenstrijdige confrontaties: het gaat niet zozeer over de keuze tussen chaos en orde; het gaat over een twijfelend mens die kiest voor zekerheid en niet durft te leven.