Gregory Riding en Terence Service zijn stiefbroers. Ze delen een appartement in Londen, al hebben ze verder weinig tot niets gemeen. Gregory heeft succes, geld en iedereen (m/v) wil met hem neuken; Terence worstelt met seksuele impotentie en een algeheel onvermogen om iets van het leven te maken.

Onder de cynische titel Succes beschrijft Martin Amis een jaar uit het leven van de twee twintigers. Maandelijks laat hij hen in lange monologen verslag uitbrengen van hun seksuele uitspattingen respectievelijk frustraties en het verlangen hun weerzin tegen het leven op te lossen in een fantastische roes van seks, drugs en rock and roll. Halverwege zijn roman draaien de rollen om, subtiel maar genadeloos: de succesvolle Terence raakt gaandeweg steeds meer gekweld door levensangst en tegenslag, terwijl Gregory in een euforische orgie zijn overwonnen impotentie bezingt.

Dood Paard bewerkte Amis' roman tot een drie uur durende toneelversie, waarvan ze er ongeveer twee spelen. Begin en eind staan vast en aan de hand van een schema wordt een greep uit de rest van de tekst gedaan. Gesteund door een achter een tafeltje zittende souffleuse, sjezen de twee acteurs door de tekst heen. Niet een voor een, maar bij voorkeur tegelijkertijd spreken ze het publiek toe, zelden elkaar. Dat levert vooral hoofdpijn op want ze praten erg hard en erg snel en het kost veel moeite om door de herrie heen nog een van de twee te blijven volgen. Dood Paard moet hebben gehoopt met dit verbale geweld de grimmige sfeer van Amis' boek recht te doen. Helaas blijven ze ermee aan de buitenkant staan, als toeschouwer word je volledig buitengesloten. De stiefbroers worden geen moment personages van vlees en bloed, het blijven acteurs die woorden zeggen, te veel woorden. De schaarse momenten dat er even stilgestaan wordt bij een van de personages zonder dat er doorheen gekakeld wordt (want ook de souffleuse mompelt voortdurend teksten dwars door de mono-of dialoog heen), vormen een verademing.

Op de achtergrond draaien twee videobanden waarin je dezelfde twee acteurs door Londen ziet slenteren, een gebakje eten, een sigaretje opsteken, een dansje maken. Een toevoeging die even een vluchtweg biedt als je genoeg hebt van die vuurspuwende monologen, maar ook irritatie oproept. Waar je ook kijkt, overal zie je diezelfde twee mannen.

Het toneelbeeld wordt gevormd door een achterwand waarop schematisch de inrichting van het appartement staat afgebeeld en door een reeks stoelen, die aanvankelijk zijn afgedekt door een wit laken. Gedurende de voorstelling worden ze over de hele ruimte uitgespreid, opgestapeld en tenslotte, nu helemaal vooraan, weer onder wit laken bedolven (inclusief de souffleuse aan haar tafeltje). Een merkwaardige stoelendans, die herinneringen oproept aan het beroemde Café Muller van Pina Bausch, maar zonder die enorme theatrale zeggingskracht. Succes lijdt aan het misverstand dat een overdosis verbaal geweld vanzelf indruk maakt. Dat werkt averechts, zodat de -op zich spannende- teksten van Amis onmiddellijk in de ruimte verdwijnen.