Het grote afscheid nemen is begonnen. Na afloop van de première vertelt Wigbolt Kruijver dat Het Jubileum hoogstwaarschijnlijk de laatste Volkvoorstelling is, in elk geval in de samenstelling zoals die nu is. Het Volk heeft een positief advies gekregen van het Fonds voor de Podiumkunsten, maar vanwege gebrek aan middelen helaas geen geld.Het Jubileum is dan ook helaas geen feestvoorstelling geworden, maar een zwanenzang. Sinds 1976 – inmiddels 36 jaar - heeft de Haarlemse Toneelgroep Het Volk een volstrekt eigen geluid ontwikkeld, met meestal zelfgeschreven stukken, waarin het (mannelijk) onvermogen centraal stond. In Nederland en Vlaanderen zijn er maar weinig theaters te vinden waar het gezelschap niet te zien is geweest met een van haar talloze producties. De gebroeders Kruijver en Bert Bunschoten vormen het vaste trio, sinds 1991 aangevuld met Aike Dirkzwager als regisseur. Altijd weten de hoofdpersonen in het theater van Het Volk zich op onbekommerde wijze in de nesten te werken, om vervolgens blijmoedig het wrede lot te aanvaarden. Vaak in even herkenbare als hilarische voorstellingen waarin het mededogen met de mens, als eeuwige underdog en gedoemd verliezer, centraal staat. Dit alles gelardeerd met een bijzonder taalgebruik, archaïsch en vol vondsten.In Het Jubileum draait het om drie komedianten die proberen de tijd tegen te houden door eindeloos hetzelfde te blijven doen: spelen in de revue. Het stuk begint als een surrealistisch sprookje, waarin de drie acteurs vertellen hoe ze als wezen zijn overgeleverd aan de grillen van het lot. Ze zijn uitgedost als missionarissen: lange zwarte jurken en zwarte puntmutsen. Ze beloven elkaar altijd samen te blijven doen en nooit dood te gaan. Als ze terechtkomen bij de revue van Bulthuis, krijgt hun leven een doel: zeven dagen per week van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat zijn ze aan het oefenen voor hun optredens. Het stuk neemt steeds absurdere wendingen, wanneer de truc met het doorgezaagde weesmeisje faliekant misgaat. De baas is dood en de entertainers lijken gedoemd met hun repertoire ten onder te gaan. Een onverwachte gast, een orgel spelende engel (Steven de Jong), zorgt toch nog voor een verrassende finale. Een ongewone Volkvoorstelling, met absurdistische trekjes en een melancholisch stemmend einde.Gelukkig is er een kleine troost: de laatste negen stukken zijn gebundeld in een fraaie uitgave: Het Volk (2), Het mannelijk onvermogen in (nog eens) negen toneelstukken. Een mooi uitgegeven boek met scènefoto's, een must voor de liefhebber.