In het universum –pardon, het multiversum -van Wim T. Schippers is alles even gewoon als absurd. Zijn werk bestaat bij de gratie van de ontregeling. Toeval speelt een grote rol, maar dan wel tot in de puntjes voorbereid en vastgelegd. Schippers is de meester van de paradox en ook in zijn nieuwe voorstelling weer het middelpunt van een 'coherente avond vol zorgvuldig georkestreerde ongeregeldheden'.
HOOGWATER voorheen LAAGWATER is gemaakt in nauwe samenwerking met de Veenfabriek, Adelheid+Female Economy en de Toneelschuur. Het is een muzikale voorstelling geworden, met vijf musici waaronder Paul Koek (die mede verantwoordelijk is voor de regie), een zangeres en een zangkoor dat per locatie wisselt, in dit geval het Haarlems Zangkoor. En met diverse personages die in en uit lopen, een kaal decor waarin halverwege een quasi-idyllisch heuveltje met wat planten verschijnt, en een vleugel. Maar waar het over gaat? Over een concertpianist die een enorme smak maakt (Wim T. zelf), over een presentator (Joep van der Geest) die vergeefs probeert de boel in de hand te houden of een rode draad te vinden; over een professor ethiek Henrik van Woerdekom (Titus Muizelaar), die afkomstig is uit een vorige Schippers-voorstelling, de theaterhit Wuivend graan (2007), en die een hilarische toespraak houdt over de volgens hem volstrekt ten onrechte toegekende tussen-n in het woord pannenkoek.
Een fragmentarische voorstelling dus waarin van alles gebeurt zonder reden of noodzaak (maar dat mag in het zelfgeschapen multiversum van Wim T.): een kapitein op een Segway, naakte mensen die met planten sjouwen, een aantal liefdespaartjes die elkaar tegenkomen op het heuveltje: "Oh pardon, is dat uw vrouw waarop ik pardoes ben geland?". Sommige scènes duren nogal lang, bijvoorbeeld als de maestro zelf - na zijn doodsmak eindelijk weer opgekrabbeld - piano gaat spelen; het meligheidsgehalte is soms wel erg hoog en er worden wat flauwe pies- en poepgrappen gedebiteerd.
Daar staat veel tegenover. Onweerstaanbaar is het taalgebruik en de vele grappen daarover. Als je alles letterlijk neemt – en dat doet Schippers graag – , komt er vrijwel geen 'normale' zin voorbij of er gebeurt iets vreemds mee. Alles wordt omgedraaid enof tot in zijn uiterste logische consequentie doorgevoerd. Een aantal grappen gaat over theater maken: "Er moet wel wat te drinken bij." En hups: daar verschijnt op de achterwand van het heuveltje het beeld van een café. Vallen en opstaan is een ander Schipperiaans principe: als metafoor voor het leven waarin de mens gedoemd is te mislukken maar dan wel graag met zoveel mogelijk plezier.
Geniale kolder dus, waarin het aan het eind toch ergens over lijkt te gaan, iets met natuur en milieu. Die boodschap gaat in elk geval verloren. Voor de liefhebber van zijn humor en 'zorgvuldig georkestreerde ongeregeldheden' is dat geen probleem. Het belangrijkste is, zoals de presentator in het begin aankondigt: "Wat een vertoning! Ik was erbij!"