Zilveren glittergordijnen, een goudkleurige glijbaan en twee actrices in sexy, rode jurkjes: Ritter Dene Voss speelt zich af in een feestelijke, revue-achtige omgeving. Thomas Bernhard schreef het stuk in 1984 voor drie toneelspelers, die hij bewonderde: Ritter, Dene en Voss. Het stuk gaat over een exorbitant rijke, familie: twee zussen en een broer. In het begin van het stuk wordt aangekondigd dat de broer, losjes gebaseerd op de beroemde filosoof Ludwig Wittgenstein, binnenkort weer naar huis komt. Hij brengt zijn dagen door in een psychiatrische inrichting, de Steinhof, waar hij schrijft aan zijn filosofische werken. De zusters werken zo nu en dan als actrice bij het plaatselijk theater en dan vooral omdat de familie de meerderheid van de aandelen bezit. Het stuk geeft een ontluisterend beeld van door en door verziekte familieverhoudingen, maar zoals altijd in het werk van Thomas Bernhard is er veel ruimte voor humor. Dood Paard brengt het stuk in een abstract decor dat behalve door de genoemde revue-achtige sfeer opvalt door de levensgrote foto op de achterwand, waar je een zevental naakte mensen ziet, van achteren gefotografeerd en een klein, blond jongetje dat naar hen opkijkt. Ecce homo! Zie de mens!
In het begin is de dialoog tussen de twee zusters nog wat moeizaam te volgen. De actrices laten zien hoeveel spanning er heerst door af en toe onbeheerst te schreeuwen en dat werkt niet goed. Wel geestig is de afwisseling tussen de handeling (de oudste zus gaat pannenkoeken bakken, huiselijker kan je het niet krijgen) en het gekibbel tussen de twee zussen, tegen de hysterie aan.
Pas wanneer Benny Claessens opkomt, begint de voorstelling echt te leven. En hoe! Met zijn corpulente lijf, gehuld in een loshangende ochtendjas, een paar berensloffen aan de voeten, steelt hij zowel letterlijk als figuurlijk de show. In een lange monoloog veegt hij de vloer aan met de Freudiaanse therapeuten, met de kunst in het algemeen en de toneelwereld in het bijzonder en vooral met de hypocrisie van het gezinsleven. Claessens maakt van zijn personage een door en door verwend , decadent Bourgondisch type, eerder de flamboyante, sensuele Ludwig waar Visconti zo'n mooie film over maakte dan de ascetisch levende Ludwig Wittgenstein. Dat doet niet echt ter zake, want hij speelt zijn rol met zoveel verve en inzet dat het een genot is om naar te kijken.