In hoog tempo en door twee door elkaar heen sprekende spelers tegelijk wordt nog voor het stuk begint een exegese gegeven van Titus. Titus Andronicus, vertelt de een, is een van de oudste, vrolijkste, ruigste, maar ook slechtste stukken van Shakespeare. Dat blijkt vooral uit de ontwikkeling van de karakters die hier en daar niet al te sterk is uitgewerkt. Zelfs in de bewerking die zij gemaakt hebben, voegt hij eraan toe, blijft dat een zwak punt.
Van psychologische diepgang is in Titus nauwelijks sprake. Het is een echt actiestuk, met veel bloed, moord en verkrachting, in rap tempo gespeeld door de vaste spelers van Dood Paard, aangevuld met de sterk spelende Vlaamse actrice Sara de Roo. Naast een fiks aantal rollen is zij ook degene die de overgangen aan elkaar praat en telkens aanwijst wie wie nu weer is. Met vijf acteurs spelen ze zo'n vijfentwintig rollen en het is een verdienste dat het stuk desondanks uitstekend te volgen is. De bewerking is to the point en ook in de speelstijl is alles gericht op helderheid en eenvoud.
Her en der staan oude, versleten leunstoelen, waar de spelers verspreid over de ruimte, af en toe congsi's vormend, ontspannen in zitten. Enkele tientallen oude tafelpoten staan klaar in een ton, om als zwaarden gebruikt te kunnen worden. Wanneer de arme Lavinia, de enige dochter van Titus Andronicus, op gruwelijke wijze verkracht en verminkt is, doopt zij haar hemdsmouwen in een emmer rode kleurstof. Een sterk beeld levert dat op, zelfs al wordt nog zo duidelijk getoond dat het nep is. Het is het begin van een reeks gruweldaden, waarvan Aaron de motor is. Hij, een zwarte slaaf in dienst van de koningin der Gothen die door haar huwelijk met Saturninis keizerin van Rome is geworden, ontpopt zich als de incarnatie van het kwaad. In een gloedvolle monoloog vervloekt hij elke dag dat er geen bloed aan zijn handen is blijven kleven. Het feit dat hij een zwarte man is, die, o, schande, een zwart kind verwekt bij de keizerin van Rome, wordt niet benadrukt in deze versie van Dood Paard, in tegenstelling tot Venetie, onlangs gespeeld door De Roovers, waarin de zwart-wit-tegenstelling juist tot hoofdthema werd gemaakt.
In de slotscene wreekt Titus Andronicus, aanvankelijk de kalmte zelve, zich op Aaron en op Tamora, de keizerin, wiens zonen zijn dochter hebben misbruikt. Aaron wordt levend begraven en de keizerin krijgt haar zonen opgediend in een pasteitje. De cirkel van geweld is gesloten, een nieuwe geschiedenis kan beginnen.