Voor het stuk begint vraagt acteur Frank Vercruyssen maar liefst twaalf vrijwilligers naar voren te komen om als jury te fungeren. Ze hoeven niet bang te zijn, er worden geen kunstjes van ze verwacht. Alleen mannen zijn welkom, vrouwen hadden nog geen spreekrecht in die tijd. Als iedereen weer zit, kan het proces beginnen.
The Monkey Trial is gebaseerd op de zaak Scopes, een geruchtmakend proces uit 1925. In de Amerikaanse staat Tennessee werd de jonge biologieleraar Scopes voor de rechter gedaagd omdat hij het had gewaagd zijn leerlingen te onderwijzen over de evolutietheorie. Een achterhaald thema, zou je denken, tot je in het programmaboekje leest dat de strijd tussen de christenfundamentalisten en de aanhangers van de evolutietheorie nog volop gaande is: in steeds meer Amerikaanse staten wordt het scheppingsverhaal uit de bijbel gezien als de enige waarheid. Bush wordt geciteerd: "After all, religion has been around a lot longer than Darwinism." Het stuk is gebaseerd op de letterlijke transcriptie van het rechtbankproces en bevat dan ook de nodige juridische taal en verbale scherpslijperijen. Processen in de rechtbank zijn vaker gebruikt als onderwerp voor film (The Twelve Angry Men) of toneel: ten slotte is er altijd sprake van een diepgaand conflict, zijn er voor- en tegenstanders die meestal met de meest heftige emoties hun zaak verdedigen en er wordt aan het eind een uitspraak gedaan: basisuitgangspunten voor drama. Taai is de voorstelling dan ook absoluut niet en dat is vooral een verdienste van de drie acteurs. De rol van de rechter lijkt Damiaan De Schrijver op het lijf geschreven, zijn stevige buik net boven de rand van de tafel geplant, de hamer steevast bij de hand en zijn priemende ogen meestal gericht op de verdediging. Of op het publiek, als dat per ongeluk durft te lachen. Venijnig slaat hij met zijn hamer en maant om stilte. De twee andere acteurs, Robby Cleiren en Frank Vercruyssen, spelen maar liefst enkele tientallen rollen en wisselen ook nog eens voortdurend van standpunt. Hun tekstvastheid is verbijsterend en daarbij slagen ze erin om van de meeste personages die langstrekken echte mensen te maken. Vooral in het tweede deel na de pauze kun je zien dat ze eindeloos naar advocatenseries op televisie moeten hebben gekeken. Alle non-verbale trucs trekken nonchalant voorbij: het afgewende hoofd, de fysieke intimidatie, het handenwringen, het zachtjes hoofdschudden, de snel heen en weer schietende blikken, het getrommel met de vingers. Het resultaat is een spannende en bij vlagen heel geestige voorstelling, over een thema dat actueler is dan verwacht.