"Ik wil geen leven zoals iedereen", zegt Jimmy. "Ik wel", antwoordt Maantje bijna onhoorbaar. Jimmy en Maantje zijn de sleutelfiguren in Vuur, een coproductie van Huis aan de Amstel en De Volharding, die het afgelopen Pinksterweekeinde op het fort IJmuiden in première ging. Een voorstelling over de keuze tussen aanpassing of totale vrijheid.
Vuur is geschreven door Roel Adam, de huisschrijver van Huis aan de Amstel. Hij liet zich inspireren door het verhaal van Prometheus, de god die tot woede van Zeus, het vuur gaf aan de mensen. In Vuur vertegenwoordigt Prometheus het streven naar totale vrijheid, zijn broer Epimetheus zoekt juist naar rust en orde. Zij vechten hun strijd uit aan de hand van twee mensenkinderen: Jimmy en Maantje.
Al meteen bij aankomst op het forteiland, klinken flarden muziek uit de gewelven. De broers nemen, hoog boven het hoofd van de toeschouwers, hun gepantserde stelling in en laten Jimmy en Maantje met elkaar zoenen. Dan wordt het publiek verdeeld in twee groepen: de ene helft (die van mij) volgt Jimmy, de andere helft maakt de lotgevallen van Maantje van nabij mee.
In de lange gangen van het fort zijn verschillende kamers ingericht tot theatrale ruimtes: een kamer met ouderwetse wiegjes en wit wapperend wasgoed, een kantoorruimte, een ziekenzaal, een boerenbedrijf. Het publiek zit aan weerszijden van de scene en volgt het spel van de acteurs van heel dichtbij. De rebelse Jimmy raakt de kluts kwijt als hij hoort dat Maantje een baby verwacht. Hij maakt ruzie met een ex en komt terecht bij een boer die op alle levensvragen maar een antwoord kent: hard doorwerken. Terwijl de boer (een mooie rol van Guus Dam) driftig aardappelen in de grond poot, gooit Jimmy met een grijns zwarte aarde over zich heen. Van zijn moeder die op haar sterfbed nog iedereen eruit zuipt', krijgt hij een verlovingsring waarin Hope and Faith' gegraveerd staat. Jimmy wil geen verhalen uit het verleden, hij is alleen geïnteresseerd in de toekomst.
Voor de slotscène komen beide groepen weer bij elkaar, boven in de grote koepelzaal van het fort, waar de goden heersen. Nou ja, heersen; de staf van Zeus bestaat uit een stel decadente, lichtelijk malicieuze goden en godinnen die het publiek pesterig toeroepen dat ze hen wel hele nare ziektes hebben geschonken: griep, pest, aids, de pokken. Als een stel sensatiebeluste tieners begroeten ze met gejuich de suggestie, om nog eenmaal een ontmoeting te arrangeren tussen Jimmy en Maantje.
De musici van De Volharding die in de diverse scenes overal opduiken, zijn nu als voltallig ensemble bijeen. De muziek, gecomponeerd door Michiel van der Aa, speelt een vanzelfsprekende rol in de voorstelling, zonder te domineren of teveel te illustreren.
Vuur is niet alleen een spannend uitstapje, door de bootreis en de tot de verbeelding sprekende entourage op het fort, maar ook een boeiende theaterervaring. Aan het slot klimt Maantje bij Jimmy achterop de motor en scheuren ze er vandoor, Prometheus en Epimetheus met een voorlopige wapenstilstand achterlatend.