Het plafond is al zeker veertig jaar niet meer gewit en aan de wand hangt zowaar nog een foto van Hitler. In het afgelegen Oostenrijkse dorp Otzbach (280 zielen) heeft niemand het nodig gevonden zijn portret na de oorlog te verwijderen. Uitgerekend in deze armzalige uithoek, in de danszaal van hotel Het zwarte hert, speelt de repertoirespeler Bruscon met zijn familie zijn zelfgeschreven komedie Het rad der geschiedenis.

In de enscenering die Han Kerckhoffs voor Het Toneelhuis maakte van De Theatermaker, wordt een levensecht beeld geschetst van de miezerige, van elke cultuur gespeende omgeving. Verveloze houten stoelen, opgestapelde kratten pils, de stank van varkens en een herbergierster die met een schort vol bloed op en af draaft want het is vandaag dinsdag, bloedworstdag. We zien de theatermaker op de middag, voorafgaand aan zijn optreden. Met zijn zoon en dochter blijft hij onvermoeibaar sleutelen aan de tekst, vergeefse moeite, want zijn tienerkinderen hebben geenszins zijn talent geërfd en zijn de grootheidswaanzin van hun vader allang beu. Braaf zeggen ze hem na, dat hij de grootste acteur ter wereld is, maar hun lichaamstaal spreekt boekdelen. Zijn zieke vrouw, een mooie, zwijgende rol van Gilda De Bal, uit haar verzet en minachting door op het juiste moment nog eens krachtig te hoesten.

Het stuk van Thomas Bernhard bestaat eigenlijk uit een langgerekte monoloog van Bruscon zelf, een niet aflatende litanie tegen Oostenrijk, het kunstklimaat, vrouwen en wat al niet nog meer zijn weerzin en afschuw opwekt. De kracht van Bernhard's taal zit m, behalve in de virtuositeit, in de herhaling: de muzikaliteit van zijn stukken heeft een sterke dramatische werking. De vuurspuwende scheldkanonnades zijn vaak onnavolgbaar komisch.

Vic De Wachter speelt de rol van de theatermaker weergaloos, met alle grootheidswaanzin, eigenwaan en schaamteloos egoïsme van dien, als een acteur met het pathos van een Ko van Dijk, maar voorzien van minder talent. De bijrollen, lastig omdat ze met weinig tekst veel moeten doen, zijn zonder uitzondering goed bezet. Onder de oppervlakte van keiharde humor en woede schemert in De Theatermaker, zoals bij elk stuk van Bernhard, de tragiek. De vlijmscherpe analyse van het sociaal-culturele klimaat maakt De Theatermaker bovendien tot een stuk dat aan actualiteit nauwelijks heeft ingeboet.