Lange tijd blijft het donker op het toneel. Een mannenstem praat over het meest weemoedige verlangen dat hij kent, het verlangen van de koper naar waar. In poëtische, cryptische bewoordingen omschrijft hij het uur van de schemering waarin koper en verkoper zich bevinden als "het uur van het doffe grommen van mensen en dieren. Het uur waarop niets verplicht is buiten wildheid en duisternis." De duisternis in de zaal dwingt intussen tot uiterste concentratie op de lange monologen van de twee personages. Langzaam wordt het wat lichter in de zaal en ontwaar je hun contouren: een man in donker pak, een vrouw in zwarte broek en jas, met daaronder hooggehakte, glimmende lakschoenen.

In de eenzaamheid van de katoenvelden is een theatertekst van de jong -aan aids- gestorven Franse schrijver Bernard-Marie Koltes. Het is een complexe, raadselachtige tekst over twee mensen die elkaar voor het eerst ontmoeten op een plek die voor de een (de verkoper) vertrouwd en voor de koper vreemd terrein is. Wat eventueel verkocht zou moeten worden, wordt overigens niet benoemd, al ligt het, gegeven de sfeer van illegaliteit, nachtelijke duisternis en geheimzinnigheid voor de hand om te veronderstellen dat het hier niet om een pak melk gaat. Hoe dan ook, verhandeld wordt er niets. Er wordt alleen maar afgetast, gezocht naar iets gemeenschappelijks, waarbij zowel koper als verkoper ten koste van alles wil vermijden iets van haar of zijn verlangen te laten blijken. Wie verlangen toont, is kwetsbaar en kwetsbaarheid wordt afgestraft.

Een verbaal duel om de macht is het, mooi ingehouden gespeeld door Wim van der Grijn en Frieda Pittoors, met een uiterst geconcentreerde tekstbehandeling. Ook de bewegingen zijn doordacht en minimaal: niet vaker dan absoluut nodig, bevinden koper en verkoper zich in elkaars nabijheid. Soberheid overheerst in het decor waarop behalve een van zand knersende vloer slechts een groot scherm opvalt met daarop het beeld van twee ineengestrengelde handen. Een beeld van intimiteit dat tijdens de voorstelling niet bereikt wordt.

Aan het eind doet zij, zoals hij al eerder, haar jasje uit en werpt het op de grond. Kwetsbaar, met hun blote armen, staan ze naast elkaar. Liefde en dood lijken inwisselbaar.

In de eenzaamheid van de katoenvelden is in eerdere versies gespeeld door twee mannen, als een homoseksuele ontmoeting. De keuze van regisseur Peter van Kraaij om het te laten spelen door een man en een vrouw maakt het stuk ondoorgrondelijker, maar ook universeler.