Gelukzalig poedelt Stella in het heerlijke schuimbad dat in de schuine, houten vloer verzonken zit. Tegen de geraniums en de kanariepiet jubelt ze het in sappig Vlaams uit over haar heerlijke minnaar die ze zometeen terug verwacht. En als hij dan inderdaad verschijnt, straalt ze hem frisgewassen en schoongeboend tegemoet, een en al weelderigheid, in haar omhoog waaiende zomerjurk ( à la de bekende scène van Monroe). Hij op zijn beurt kan nauwelijks woorden vinden om zijn adoratie voor haar te omschrijven. Kortom: Stella en Bruno zijn verzot op elkaar, de hartstocht spat er aan alle kanten af.

Tot er een moment komt van ommekeer: als Bruno in opperste verrukking Stella toont aan zijn beste vriend en haar tegen haar zin haar borst laat ontbloten - "toe nou, één borsteke!" -, gaat het mis. Even meent hij een flits van begeerte te ontwaren bij zijn vriend en daarmee ontwaakt zijn sluimerende gevoel van jaloezie, om uit te groeien tot groteske proporties. Hij kwelt zichzelf en Stella zo met zijn verdachtmakingen, dat hij haar uiteindelijk smeekt hem daadwerkelijk te bedriegen: "Om niet te twijfelen aan uw trouw moet ik zeker zijn van uw ontrouw."

Een farce noemde Fernand Crommelynck zijn stuk De Cocu Magnifique en Het Toneelhuis, een fusie van de Blauwe Maandag Compagnie en de Koninklijke Nederlandse Schouwburg, maakt er inderdaad een klucht van, zij het een met grimmige kanten. Slapstick maakt Sien Eggers van de rol van de burgemeester, een parodie op de lokale machthebber die zijn gezag vooral ontleent aan het aantal speldjes of linten op de borst. Lies Pauwels ontroert als Stella, die met al haar aardse levenslust langzaam maar zeker kapot gaat aan de twijfels van haar man. Zij gelooft in de liefde en is bereid daarvoor tot het uiterste te gaan. Lucas van den Eynde ten slotte speelt een werkelijk magnifieke rol als Bruno. Volkomen naturel zet hij zijn personage neer in alle extreem uiteenlopende gemoedstoestanden, van de adoratie van de geëxalteerde minnaar tot de zwartgiftige fantasieën van de vermeend bedrogene.

Het decor bestaat uit een houten aflopende vloer, waarin zich behalve een bad nog meer meubilair verborgen houdt, even ingenieus als eenvoudig. Door het vrij lege decor, ontstaat de ruimte om mee te gaan met de personages. En hoewel Bruno uiteraard een ziekelijke exponent is van 'cocu' gedrag (een 'cocu' is een hoorndrager), maakt deze voorstelling bij iedereen die weleens een zweempje jaloezie heeft gevoeld wel wat los.