"Beperkingen hebben we allemaal, je moet iets maken van het leven!" Zo begint Drs. Down!, een voorstelling, bedacht en geschreven door Ivo Niehe. Hij liet zich inspireren door het bijzondere levensverhaal van Pablo Pineda Ferrer, een Spanjaard met het syndroom van Down en hoogstwaarschijnlijk de enige Downer ter wereld die een universitaire graad gehaald heeft.

Een vernieuwend theaterstuk wordt het in het persbericht genoemd en dat is het zeker niet. Wel een knap gemaakte voorstelling, een beetje volgens het recept van Ivo's televisieprogramma's: gelikt, op tijd een nieuw element inbrengen als de spanning dreigt te verdwijnen, veel showelementen en sterk leunend op 'The American Dream'. Als je maar wilt, kun je alles bereiken in het leven, zelfs een universitaire studie succesvol afronden als je geboren bent met Down.

Helemaal vanzelf gaat dat natuurlijk niet. Alle clichés en vooroordelen passeren de revue: ouderlijke ruzies, een jaloerse broer, eindeloze pesterijen, het aanbod om in te grijpen met plastische chirurgie en de hunkering naar een onbereikbaar vriendinnetje.

De geboorte van Lucas leidt tot grote verdeeldheid tussen de nogal houterig neergezette vader en moeder, gespeeld door Hugo Haenen en Anne-Mieke Ruyten. Voor hem is het krijgen van een kind met verstandelijke beperkingen een flinke barst in zijn 'successtory'; zij houdt meteen van haar kind en stelt haar leven in dienst van Lucas. Het verhaal wordt grotendeels verteld vanuit het perspectief van de oudere broer Daniel (Gijs Stallinga) en dat is wel een slimme zet. Hij is wat minder voorspelbaar dan de ouders die pas als Lucas zijn middelbare school heeft gehaald, dichter naar elkaar toe groeien. Voor hem is Lucas vooral een lastpak omdat hij altijd alle aandacht opeist (en ruzie veroorzaakt tussen de ouders), maar ook gewoon zijn kleine broertje. Stallinga zingt goed en overtuigt in zijn ambivalente gevoelens.

Het verhaal wordt min of meer chronologisch verteld waarbij de rol van Lucas en die van zijn vriend Tom gespeeld worden door twee Downers, Nando Liebregts en Rutger Messerschmidt. Het grootste deel van hun bijdrage is vooraf opgenomen op video, uit angst dat een te grote rol live op toneel voor hen te hoog gegrepen zou zijn. Dat werkt redelijk, ook omdat ze in grote close-ups van heel nabij gefilmd zijn. Pas na een half uur komen ze samen huppelend op en worden – uiteraard – met een enorm applaus begroet.

De voorstelling is afwisselend genoeg: er wordt lekker gedanst door de stoere jongens en meisjes van Lucia Marthas en er wordt aardig gezongen. Het is eigenlijk eerder een ouderwetse musical, opgebouwd volgens de klassieke regels. Af en toe worden er wel erg grote stappen genomen, zeker het laatste deel (de universitaire studie) wordt afgeraffeld. Een te gelikte voorstelling over zo'n onderwerp, gemaakt volgens de wetten van show en entertainment, is dat erg? Bij mij loopt de emmer nogal eens over van zoveel snotterigheid. Maar het is ook heel ontroerend om de stralende blikken te zien van de twee Downers die de show absoluut stelen.