Als twee kleine kinderen hakken ze op elkaar in: 'Ik ben Othello´. 'Nee, ík ben Othello'. Allebei hadden ze het gezicht alvast zwart geschminkt en de verliezer begint teleurgesteld en nog een tikje nijdig zijn gezicht weer schoon te vegen.
Gillis Biesheuvel en Kuno Bakker hebben het beroemde stuk Othello van Shakespeare grondig aangepakt en teruggebracht tot de kern: jaloezie, afgunst, leugens en bedrog en bovenal, de angst voor de vreemdeling. Zoals altijd in voorstellingen van Dood Paard is de tekst niet meer dan een uitgangspunt en is het theater een plek om uit te zoeken hoe de makers zich verhouden tot het origineel. Wie een authentieke Shakespearevertolking verwacht, komt dan ook bedrogen uit. Wie daarentegen wil zien hoe de tekst van Shakespeare op dit moment klinkt in de harten en hoofden van de makers/bewerkers, ziet een boeiende voorstelling. Het begint met een soort terzijde: de Marokkaans-Nederlandse acteur Chaib Massaoudi vertelt aan de hand van plaatjes uit een overheadprojector een gruwelijk verhaal over ene Emilia, een kamermeisje dat een vrouwenlijk vindt in een hotelkamer. Vervolgens komt Gillis Biesheuvel gehaast binnenlopen, zogenaamd te laat. Hij verkleedt zich snel, schminkt zijn gezicht alvast zwart en kruipt moeizaam in de houten bak die de toneelvloer domineert: tegelijk een ingenieus podium, verkleedkist, verstopplaats en wankele bodem. Hij laat zo duidelijk zien dat acteren bestaat uit het maken van afspraken: ik ben nu die ene en dan ben jij die andere, inclusief schmink en verkleedpartijen.
In dit geval bepaalt het sjaaltje de identiteit. De twee mannen die samen op het podium staan, spelen een scala aan rollen. Een eenvoudig sjaaltje op het hoofd (de vrouwenrollen) of om de nek (voor de mannen) volstaat. Rood sjaaltje om: Oh, daar is de mooie Desdemona. Kuno Bakker speelt haar meer dan bevallig, met een grote grijns, in de stijl waar ook bijvoorbeeld De Koe in excelleert. Je ziet de acteur zelf altijd door het personage heen schemeren. Dat maakt het spel niet minder 'echt´, maar draagt juist bij tot een gevoel van authenticiteit, integriteit en spelplezier. Gillis Biesheuvel en Kuno Bakker staan als twee kwajongens te grijnzen terwijl ze tegelijkertijd steeds dichterbij hun personages komen: Gilles Biesheuvel als Othello dus, de Moor (hier consequent ´de Berber' genoemd) en Kuno Bakker als adjudant Jago, de slechterik die het hoofd van zijn meerdere op hol brengt door zijn hitsige gesis. Hij maakt ´de Berber´ gek van jaloezie en achterdocht. Tegen het einde breekt Massaoudi in die na zijn beginmonoloog nadrukkelijk aan de zijkant is gebleven. Mag hij ook nog wat zeggen of zit hij er alleen vanwege de politieke correctheid? Met z'n drieën doen ze de laatste scène: Bakker speelt de rol van Desdemona, Massaoudi zegt de tekst van Biesheuvel na. Een spannende eindscène waarop de losse ingrediënten opeens een geheel blijken en akelig actueel: de angst voor de vreemdeling is in feite de oorzaak van alle rampspoed. Zo treffen de makers ondanks alle grollen en grappen Othello in de kern.