Wim T. Schippers zou Wim T. Schippers niet zijn als hij niet iets totaal anders had gemaakt. Hij is er de man niet naar om voort te borduren op eerdere successen, zoals zijn laatste theaterhit Wuivend Graan, waarvoor Kees Hulst terecht bekroond is en dat trouwens volgend jaar in reprise gaat. Dat zou voor de hand liggen want Het laatste nippertje heeft een flink aantal ingrediënten gemeen met Wuivend Graan: opnieuw speelt het ijzersterke duo Titus Muizelaar en Kees Hulst hoofdrollen, in een regie van Titus Tiel Groenestege en in een productie van Hummelinck Stuurman. Vanaf het begin wordt duidelijk dat er geen sprake is van een remake en dat deze voorstelling nergens op lijkt, behalve op zichzelf. Het laatste nippertje is knotsgek, visueel aantrekkelijk, af en toe hilarisch en doordrenkt van een hoogst eigen absurdistisch idioom. Wim T. Schippers is uniek en het lijkt wel alsof al zijn talenten in deze voorstelling bij elkaar komen. Zijn bijzondere tv-werk met shows als Hoepla, De Fred Haché Showen Barend is weer bezig; zijn werk als beeldend kunstenaar (het flesje limonade in zee, de pindakaasvloer), maar ook de taalkunstenaar ('jammer, maar helaas!') en zijn fascinatie voor wetenschap.

In Het laatste nippertje vind je alle facetten terug. Het is een voorstelling die bestaat uit een aantal aan elkaar gelaste scènes: 'een terechtwijzing aangaande binnenshuis scooter rijden, epyfytische cactussen, de problematiek van de meerkantigheid, huisgemaakte bullebakjes gevuld met opgeklopt wijwatervunsvormen (...). Een vertoning door vijf daarvoor gekwalificeerde personen', zoals Wim T. Schippers zijn stuk zelf omschrijft. Voortdurend word je als toeschouwer op het verkeerde been gezet en telkens gebeurt er zoveel op het toneel dat je ogen en oren tekort komt. Dankzij een ingenieus decor van geometrische vormen en projecties kunnen de scènewisselingen snel plaatsvinden en met eenvoudige maar goed gekozen middelen transformeren ook de spelers razendsnel in andere karakters: de dokter, de pr-man, het kwaadaardige oude vrouwtje, de vamp. Opnieuw valt een Marokkaanse acteur op in positieve zin: Abdelhadi Baaddi is een groot talent, hij houdt zich moeiteloos staande tussen acteerkanonnen Hulst en Muizelaar.

Er wordt gezongen in een soort persiflage op de Siciliaanse klaagzang; er wordt een vleugel neergezet waarop een pianist slechts één akkoord speelt om vervolgens ostentatief het publiek te bedanken; de onzin van de communicatiedeskundologie en de heilige pr-ronkpraat wordt genadeloos blootgelegd en er wordt een soort woordenspel gespeeld waarbij het publiek mee kan doen. Klinkt flauw maar Schippers komt overal mee weg. Omdat hij de eerste is om zichzelf weer onderuit te halen en vanwege het geweldige spel, de vaart en de haarscherpe timing. Het laatste nippertje is Schippers in het kwadraat. Om het in de woorden van de meester uit te drukken: prima de luxe.