In het donker begint een vrouwenstem te praten. Het is de actrice Dora van der Groen met haar Vlaamse tongval en haar enigszins hese geluid. Af en toe klinkt er een lichte hapering in de gedecideerde vertelstijl. Ze praat snel, te snel soms.

Het toneel is vrijwel leeg. Rondom het podium zit publiek, op de grond liggen Indiase kleedjes, een van de weinige directe verwijzingen naar het India waar de voorstelling zich afspeelt. Een reusachtige ventilator hangt aan het plafond en draait langzaam rondjes, met machtige slagen.

India Song van de Franse schrijfster Marguerite Duras is beroemd geworden in de jaren zeventig, eerst als boek en daarna vooral door de verfilming die zij er zelf van maakte. Ivo van Hove heeft er nu in het kader van zijn eigen Holland Festival met zijn eigen Zuidelijk Toneel een toneeladaptatie van gemaakt. Of beter gezegd: een theatrale happening want van toneelspelen is eigenlijk geen sprake. Elk realisme is losgelaten. De acteurs spreken niet, er klinken stemmen, en maar af en toe lopen die stemmen gelijk met de bewegingen van de lippen van de acteurs. Meestal is er sprake van commentaarstemmen of van het vertrouwde geluid van Dora van der Groen die als verteller fungeert. Op één moment na, het moment dat Bart Slegers als afgewezen minnaar het letterlijk uitschreeuwt van de pijn, het enige moment dat niet op band is opgenomen.

Voor liefhebbers van India Song en/of het werk van Marguerite Duras, zoals ik, roept het ondergaan (want dat is het vooral) van deze theatrale belevenis gemengde gevoelens op.

Zo nu en dan lukt het om met behulp van de hypnotiserende stemmen, de poëzie van Duras, de geslaagde geluidsmixage van Harry de Wit, de fraaie belichting van vormgever Jan Versweyveld en de overdosis citronella, de sfeer op te roepen van weemoed, extremiteiten, verlangen en pure passie waarin Marguerite Duras excelleert.

Eigenlijk, en dat is een bizarre constatering, zijn het de acteurs die het genieten het meest in de weg staan. Hoewel Chris Nietvelt geknipt is voor de rol van de ongenaakbare Anne Marie Stretter (en prachtig gekleed door Dries van Noten die de laatste tijd goede zaken doet in het artistieke milieu) en ook de mannen om haar heen goed gecast zijn, ontstaat er irritatie zodra zij iets anders doen dan mooi bewegen. Met name de scènes waarin de acteurs lipsynchroon bewegen met de stemmen op band, aldus de illusie van een dialoog oproepend, werken averechts. En waarom moet een Indiase acteur als bediende met tafeltjes sjouwen, toch niet om wat couleur locale op te roepen? Waar vooral op de verbeelding wordt gemikt, werkt elke poging tot realisme fnuikend. Het is een voorstelling om met je ogen dicht te genieten als bij een concert, van het geluid van de stemmen en de suggestieve geluiden die Harry de Wit oproept. En dan af en toe even door je oogharen gluren naar het mooie licht dat Versweyveld tevoorschijn tovert. De citronella doet de rest.