Na de 'historisch verantwoorde' Shakespeare, de 'geactualiseerde' Shakespeare, 'het beste' van Shakespeare en ' 'Shakespeare in 10 minuten' presenteert regisseur Lucas Vandervost van toneelgroep De Tijd nu een heel eigen kijk op het oeuvre van de Britse bard. Het gezelschap heeft naar eigen zeggen het integrale oeuvre van Shakespeare door de papierversnipperaar gehaald en de flarden die bleven hangen verzameld onder de titel Elk wat wils. Iets van Shakespeare. Niet helemaal terecht die titel, uiteindelijk is het toch vooral geworden, wat Lucas Vandervost wil en niet zozeer ' voor elk wat wils' . Zijn grote liefde voor taal en voor episch theater heeft Vandervost ertoe gebracht twee epische gedichten van Shakespeare, Venus en Adonis (1593) en Lucretia (1504), integraal op toneel te brengen aan het begin en het eind van de voorstelling. Gekozen is voor de negentiende-eeuwse vertaling van Burgersdijk en dat is toch echt wel wat veel van het goede. Hoewel De Tijd beschikt over acteurs met een uistekende tekstbehandeling, komen de lange gedichten in de statische mise en scène geen van beide tot leven.
Tussen beide verhalen zijn flarden te horen uit andere Shakespeare-teksten, die op hun beurt weer gekoppeld worden aan het oeuvre van die andere beroemde Britten, de Beatles. Soms levert dat mooie combinaties op: terwijl een van de acteurs een opsomming voordraagt van de elkaar opvolgende koningen, zingt een vrouwenkoor zachtjes 'Oh, look at all the lonely people' en wordt het zowaar even theater. Er wordt prachtig gezongen, onder begeleiding van de in Schotse rok gestoken organist George De Decker op hammondorgel.
Wim van der Grijn speelt de rol van verteller, uitgedost als een showfiguur uit de jaren negentig in roze en paars met een Elton John-bril. De andere acteurs zien er spectaculair uit in fantasievolle combinaties van ridderharnassen, griekse godentooi en romantische tutu's. In de kostumering is gelukt wat Vandervost wellicht met zijn voorstelling beoogde: door de mengeling van stijlen krijgen de personages een uitstraling ergens tussen griekse goden, britse adel en hippies uit de jaren zestig in, oftewel: mensen van alle tijden.
In dat middenstuk komen geestige scènes voor, maar ontbreekt elke noodzaak: de flarden zijn inwisselbaar. Af en toe lijkt het op een ingedikte Monty Pythonaflevering, gebaseerd op Shakespeare's werk. Verreweg het moooist zijn de liedjes. Zo winnen de Beatles het in deze enscenering het van de grote toneelschrijver en dat kan toch niet de bedoeling geweest zijn.