Allebei zijn ze nog jong als ze hun verhaal vertellen, begin twintig. Gustl is officier in Wenen. Hij is beledigd door een banketbakker in de garderobe van de muziekvereniging. Een kleinigheidje, maar in overspannen toestand besluit hij een eind aan zijn leven te maken. Het verhaal is gebaseerd op de gelijknamige novelle die Arthur Schnitzler in 1900 schreef. Juffrouw Else krijgt tijdens haar vakantie een brief van haar moeder. Om haar vader van een financiële ondergang te redden, moet Else zichzelf verkopen. Ook zij maakt een eind aan haar leven. Schnitzler schreef het verhaal Juffrouw Else veel later, in 1924. Beide verhalen zijn geschreven in een stijl die in die tijd nog volkomen nieuw was: de innerlijke monoloog. In één langgerekte adem, een 'stream of consciousness', vertellen ze beide hun verhaal, vol terugblikken, associatieve momenten en ongecensureerde gedachten: soms geestig en vol understatements, soms ook pathetisch en overdreven. Verschillen zijn er ook. Lt. Gustl is geschreven als satire op het militaire denken en de erecodes van de Weense burgerij. Juffrouw Else gaat over de kwetsbare positie van vrouwen en over sluimerende seksualiteit. Seksuele fantasieën en het echte leven lopen door elkaar, zoals ook in zijn Traumnovelle, die door Stanley Kubrick in 1999 verfilmd is als Eyes Wide Shut.
Twee personages die elkaar niet kennen en ook niet leren kennen. Toch staan ze in de voorstelling die 't Barre Land baseerde op de twee verhalen naast elkaar op het toneel. Vincent van den Berg (Lt. Gustl) en Margijn Bosch (Mej. Else) bewerkten zelf de teksten van Schnitzler en sneden ze door elkaar in een messcherpe montage. Ze spelen hun innerlijke monologen naast en soms door elkaar, zonder op elkaars tekst te reageren. Soms lachen ze naar elkaar of legt juffrouw Else haar hoofd even tegen de brede schouder van de officier. Soms rennen ze samen naar een hoek van het toneel om een andere stoel te pakken. De voorstelling is sober opgebouwd, met maar een paar kleine toevoegingen: een flard Duitstalige muziek uit de jaren twintig van de vorige eeuw, een paar peulen die telkens op de grond worden gegooid en vervolgens opgeraapt. Overbodig en vrij irritant is het geëxperimenteer met het licht zo nu en dan. Alleen in de scène waarin ze allebei naakt dartelen door de ruimte is dat functioneel.
Verder is er niets dan de twee spelers die prachtig subtiel met de tekst omgaan en langzaam maar zeker een overtuigend beeld schetsen van de personages. Margijn Bosch is de laatste jaren sterk gegroeid als actrice: heel mooi hoe ze Else laat zien, naïef en onzeker, maar zich ook sterk bewust van haar seksualiteit en haar aantrekkingskracht.Schrijnend is haar vraag: "Hoe zal het zijn, papa, als ik me vanavond aan de hoogstbiedende verkoop?" Haar verhaal spreekt misschien meer tot de verbeelding dan dat van Gust. Gaandeweg trekt dat bij en wordt de voorstelling er een over twee bange, jonge, gekwelde zielen. Hun eenzaamheid overschaduwt het ogenschijnlijk gemak waarmee ze in het leven staan. De voorstelling geeft een mooi beeld van de combinatie van vrolijke elegantie en weltschmerz.