In een even ingetogen als aangrijpende voorstelling brengt de Libanese choreograaf Ali Chahrour een ode aan de moederliefde die in tijden van oorlog zo zwaar op de proef wordt gesteld. Gebaseerd op zijn persoonlijke familiegeschiedenis in het door oorlog verscheurde Libanon is Told By My Mother een verhaal over angst, verlies, rouw en rituelen.

Ali Chahrour verkent in zijn werk de grenzen tussen dans en theater, puttend uit culturele en religieuze tradities van het Midden-Oosten. In een eerdere trilogie liet hij uitvaartrituelen tot leven komen. De voorstelling Told By My Mother (2021), nu te zien op het Holland Festival, maakt deel uit van een nieuwe trilogie rond het thema 'Amour', over de liefde in al haar vormen, te beginnen met Night (2019), gevolgd door za Hawa (2023). 'Ik wil de strijd van moeders laten zien. Voor mij zijn zij de echte heldinnen. Hun lichamen en stemmen hebben zo veel krachtige eigenschappen', aldus Chahrour.

De voorstelling begint met een gebed om de vermisten terug te roepen, gezongen door performer Hala Omran. Anders dan je misschien verwacht bij een religieuze uiting, leest zij de tekst van papier en is zij westers gekleed: simpele broek, hemdje, het haar in een knot, de voeten bloot.

Als ze het papier laat vallen, begint ze te vertellen: om te beginnen het verhaal van Fatmeh, een tante van de choreograaf, en de zoektocht naar haar zoon Hassan. Hij vertrok naar Syrië om zijn papieren in orde te brengen en verdween. Drie jaar later kreeg zijn familie wat schamele bezittingen opgestuurd: zijn telefoon, een T-shirt. Hij zou zijn omgekomen in de gevangenis en begraven in een massagraf. Zijn moeder weigert in zijn dood te geloven en blijft, letterlijk tot haar laatste snik, – vergeefs – zoeken naar haar zoon.

Intussen is Leïla Chahrour vanuit de coulissen schuifelend naar voren gekomen, een archetypisch moedertje, in het zwart gekleed, een hoofddoek om haar hoofd. Hartverscheurend, haar klaagzang om haar verdwenen kind. Daarmee verweven wordt het verhaal van een andere moeder, Leila, die zich vastklampt aan haar zoon Abbas uit angst dat hij wordt opgeroepen voor de oorlog.

De rollen van de beide moeders en zoons worden gespeeld door twee amateurspelers, Leïla Chahrour (ook daadwerkelijk een tante van de choreograaf) en de jonge Abbas Al Mawla. De verhaallijnen lopen in elkaar over; het gaat niet alleen over deze individuele levens, het gaat steeds meer over collectieve rouw van een door oorlog verscheurd land.

Het speelvlak bestaat uit een leeg, iets verhoogd platform. Op een stellage achterin staan de vijf performers: naast de twee al genoemden ook Ali Chahrour zelf en de musici, Ali Hout en Abed Kobeissy, die samen 'Two or The Dragon' vormen, een elektroakoestisch ensemble. Zij hebben de muziek gecomponeerd voor de voorstelling, een voortdurende mengeling van klaagzangen en troostrijke Arabische muziek, afgewisseld met alledaagse geluiden. Soms lyrisch en poëtisch, soms ritmisch en swingend, soms strak en agressief. Er wordt prachtig gezongen, vooral door Hala Omran die zacht kan fluisterzingen maar ook rauw kan uithalen.

Het is een strak gecomponeerde en gechoreografeerde voorstelling waarin de performers ook af en toe musici zijn en de musici als dansers bewegen. Elke beweging heeft betekenis, zo nu en dan wordt het beeld even stilgezet en zien we iconografische tableaux vivants: bijbels aandoende taferelen van de moeder en de zoon, geflankeerd door andere familieleden.

De voorstelling eindigt met een slaapliedje, het oudst bekende slaapliedje ter wereld, een melancholisch Soemerisch gezang dat het midden houdt tussen een gebed en een smeeklied. Intussen zit de moeder midden op het podium. Op haar schoot rust het hoofd van Hala Omran. De moeder wikkelt de sjaal van haar hoofd, laat, zoals de tekst van het lied vertelt, een witte lok haar uit haar nog steeds bedekte hoofddoek vallen, en bedekt het lichaam van Omran ermee. De anderen staan om haar heen, terwijl zij een droom vertelt. Een opnieuw bijna mythisch, religieus aandoend tafereel. Ingetogen, in zwartwit, nauwelijks decor of rekwisieten, alleen stemmen die getuigen van stil verdriet. Een universeel beeld van de moeder die rouwt om haar verdwenen of gedode kind.

De hardste dreun wordt voor het laatst bewaard: er klinkt een opname van een vrolijk samen zingende moeder en zoon, Leila en Hassan, een paar dagen voor zijn verdwijning. Met terugwerkende kracht een laatste uiting van vrolijkheid, levenslust, alles wat verloren is gegaan. Een hartverscheurend einde.