Kromgebogen, het haar strak weggewerkt achter een netje, zit Henriette Roland Holst te pennen aan een minuscuul lessenaartje alsof haar leven ervan afhangt. Achter haar zit Herman Heyermans aan een imposant bureau en gooit de zoveelste prop papier weg, vergeefs zit hij te broeden op een beginzin voor zijn nieuwe toneelstuk. Voor de tekentafel beent Berlage heen en weer. Zonder veel succes probeert hij een gesprek aan te knopen met de twee werklustige schrijvers. Pas wanneer Kniertje opkomt, het vierde personage in deze historische portrettengalerij, wordt de werksfeer definitief verdreven. Kniertje zucht, ze heeft net voor de 3008e keer haar rol in Op Hoop van Zegen vertolkt en het ziet er niet naar uit dat er ooit een einde aan komt.
Jeroen van den Berg, de schrijver van De Nieuwe Tijd, heeft vier kopstukken uit de vaderlandse geschiedenis tot leven gewekt in een soort tussentijd. Ze vertoeven ergens in een niemandsland dat ligt na hun dood en op weg naar de eeuwigheid. Ze kijken terug op hun leven, maar zonder daar verstrekkende conclusies uit te trekken. Eigenlijk gaan ze allemaal gewoon door te doen wat ze tijdens hun leven ook al deden: schrijven, ontwerpen, Kniertje spelen en hopen op betere tijden.
Het gegeven om vier historische personages die leefden in een tijd die bol stond van de idealen te confronteren met de stilstand van een tussenleven is geestig en door Jeroen van den Berg fraai uitgewerkt. In soepele dialogen komen de verschillen tussen de personages tot leven. "Mijn teksten zijn geen cryptogrammen voor de bourgeoisie", zegt Heyermans snibbig tegen Henriette Roland Holst. Berlage leest fragmenten van zijn (echt bestaande) toneelstuk voor over een bouwmeester die moet kiezen tussen het kapitaal en zijn idealen en Roland Holst grijpt haar kans en neemt de rol van Kniertje over. Met desastreuze gevolgen want als zij de matrozen toeroept dat zij toch vooral niet uit moeten varen, loopt het publiek verontwaardigd de zaal uit. En Kniertje is helemaal niet opgelucht als zij eindelijk verlost is van haar rol, integendeel, Kniertje komt erachter dat zij zonder haar rol helemaal niemand meer is.
Een voor een worden de personages in het tweede gedeelte van het stuk geconfronteerd met hun onvermogen om iets te veranderen aan wie of wat ze zijn. Mooi wordt dat geformuleerd door Henriette Roland Holst (een fraaie rol van Els Ingeborg Smits) die een mensenleven vergelijkt met het trage groeien van een boom: "Als je een tijdje in de bomentijd hebt rondgerend en geen stap bent verder gekomen weet je het: ons gevoel voor tijd is vals, daarom denken we dat je in een mensenleven van alles kunt bereiken." Om beurten worden ze door de intercom naar achteren geroepen waar feestgedruis klinkt en waar zich naar alle waarschijnlijkheid de eeuwige jachtvelden bevinden.