De problemen zijn ontstaan doordat de mensen teveel praten, zegt een van de personages, in een poging om alles wat er sinds Adam en Eva mis is gegaan met de mensheid te verklaren. In Kadavercantate schetst toneelschrijver en theatermaker Don Duyns een tamelijk troosteloos beeld van die mensheid. Zijn stuk is het laatste deel van een trilogie waarin de niet aflatende strijd van de mens tegen vergetelheid en verval centraal staat. Vorig jaar schreef hij Ouderdomsvlekken, een ode aan het leven, een jaar daarvoor het geestige Dik, Abe, Johnny en Hansje.

Alle drie de voorstellingen zijn in premiere gegaan in Ruigoord, het dorpje dat nu al zolang met de ondergang bedreigd wordt, het laatste plukje groen in de rook van Amsterdam. Een schitterende achtergrond voor de ontwortelde personages die Duyns in Kadavercantate ten tonele voert. Een man die vergeefs probeert zijn hond te begraven, omdat de grond bevroren is. Drie broers die gek zijn geworden: de een is geobsedeerd door het idee dat de hele aardbol een groot kerkhof is, de ander zoekt vergeefs het rempedaal om de wereld te stoppen, de derde is bang dat zomaar de verkeerde woorden uit zijn mond zullen komen. Een projectontwikkelaar plempt de schaarse overgebleven vierkante meters ruimte dicht met hamburgertenten en betonnen speelplaatsen.

Ondanks de zwaarmoedige thematiek is Kadavercantate geen dramatische voorstelling geworden, dankzij de lakonieke toon van tekstschrijver Don Duyns en de lichte, vindingrijke regie van Jolien Wanninkhof. Zij maakt optimaal gebruik van de ruimte in het sobere kerkje: de toeschouwers zitten aan weerszijden van een centraal in de lengterichting geplaatste stellage. De actrices paraderen erop als ware het een modeshow, of ze schuilen onder de planken van de stellage. Van hoog bovenin de kerk komen vijf meterslange witte bruids- of communiejurken naar beneden vallen, een mooi beeld van onschuld en schoonheid.

De titel Kadavercantate, met haar dreigend binnenrijm, geeft precies weer waar het stuk over gaat: fraaie zang waarin de angst voor de dood en de geur van lijken in alles doorklinkt. De tekst wordt voor een deel gezongen of gezingzegd en dat kan variƫren van Gregoriaans klinkende melodieƫn tot een keihard gekweeld 'I did it my way.' Bijzonder klinkt het in elk geval in de composities van Paul Koek. Met zijn ritmische bijdragen- overigens prachtig gezongen door de actrices/zangeressen- maakt hij van Kadavercantate een vooral esthetisch genoegen.