Een stuk met een geheim is het, Judith Herzbergs Kras. Het werd in 1989 bekroond met de Nederlands-Vlaams Toneelschrijfprijs en is veelvuldig opgevoerd, onder meer door Maatschappij Discordia en Toneelgroep Amsterdam. Paul Knieriem koos Kras voor zijn afscheidsvoorstelling bij Toneelschuur Producties, na een groot aantal bijzondere producties, waarvan de Troje Trilogie misschien wel de allermooiste was. Kras is een groot ensemblestuk, gespeeld door een achtkoppige cast met onder meer Marlies Heuer, Malou Gorter, Keja Klaasje Kwestro en Jan-Paul Buijs.

Centraal staat Ina, al jaren gescheiden van haar man, een kunsthandelaar. Opeens haalt een inbreker haar huis overhoop, zonder iets mee te nemen. Een raadsel. Is er wel sprake van een inbraak? Of heeft Ina behoefte aan aandacht en wil ze haar allang zelfstandig wonende kinderen vaker om zich heen zien? Het is een geheim dat de motor vormt voor een familiedrama waarin onvermogen en gebrek aan communicatie overheersen. Haar vier kinderen zijn ergerlijke egoïsten, met uitzondering van dochter Do (Malou Gorter), een soort Pleegzuster Bloedwijn: kordaat, altijd bereid om te helpen. Onderling hebben de kinderen een moeizame relatie die vooral lijkt te bestaan uit wantrouwen en jaloezie; twee van de zoons hebben een problematisch huwelijk en de derde leeft alleen voor het milieu. Al bezoeken de kinderen gedurende enkele dagen hun moeder, er is nauwelijks sprake van onderlinge empathie of toenadering. Het spel is niet gericht op psychologische inleving maar gestileerd. Ze leven stuk voor stuk in een eigen waanwereld waar ze af en toe met hysterische aanvallen uitbreken.

Centraal staat Ina, een fragiele Marlies Heuer, die moederziel alleen op het grote speelvlak staat, met een lange vlecht in haar grijze haar, wankel op haar rozerode schoenen die het midden houden tussen gezondheidssandalen en nette schoenen, de benen ietsje uit elkaar zoals oude vrouwen soms doen, alsof ze moeite heeft om haar evenwicht te bewaren. Ze speelt werkelijk fenomenaal mooi: met minieme bewegingen en zenuwtrekjes – hoe krijgt ze het voor elkaar om zo subtiel haar wang een heel lichte tremor mee te geven? – laat ze de eenzaamheid van deze vrouw zien, maar ook de nauwelijks bedwongen woede als een van haar kinderen zich weer eens aanstelt, en ook wel af en toe iets superieurs, een krullende bovenlip of een sprankeling in haar ogen die laat zien dat ze wellicht ook wel geniet van de opwinding die ze veroorzaakt.

De vormgeving (een decor van Catharina Scholten) is eveneens sterk gestileerd. Het tapijt ligt bezaaid met gefiguurzaagde vazen, kandelaars en karaffen. Op een groot scherm hangt een zwartwit weergave van een beroemd schilderij van William Turner, een zeegezicht, dat soms wordt vergroot of transformeert in geanimeerde filmpjes waarin de familieleden zitten te eten, vreemde voorwerpen door de lucht buitelen, of moeder een dansje doet. Helemaal aan het slot verschijnt ook de vader in beeld. Of Ina er dan nog is? Het blijft een geheim.