De wereld is groen. Over de hele breedte en diepte van het enorme podium in het Amsterdamse Bostheater is kunstgras gedrapeerd waaruit diverse sculpturen naar boven lijken te komen, als in een overgecultiveerde (neo) classicistische tuin: abstracte vormen maar ook herkenbare, zoals een varken en een afgehakte voet.

Het toneelbeeld (Ascon de Nijs) van de nieuwe bewerking van De Meeuw is prachtig, een kunstmatig paradijs, waarin alles klopt. Regisseur Ingejan Ligthart Schenk heeft samen met Erik Bindervoet Tsjechovs klassieker ingekort tot een anderhalf uur durende voorstelling waarin ze tamelijk radicale keuzes hebben gemaakt. Ze hebben een aantal scènes laten vallen en de taal aangepast aan het jargon van nu. Zo heet de schrijver Boris F*** Brusselmans, 'de beste beffer van het westelijk halfrond'; de dronken Sorin raaskalt 'waar een wil was, issie weg' en de depressieve Masja zegt: "ik heb geen touw, daarom ga ik trouwen'. Veel halfrijmen, binnenrijmen en geestige associatieve verbanden, waardoor de tekst lekker swingt.

Sowieso is er flink ingegrepen in de tekst, in een poging het verhaal voor een breed publiek eigentijds en daarmee ook meer toegankelijk te maken. De actrice maakt haar opkomst vanuit de nok van het theater, al selfies makend en zwaaiend naar het publiek. Esther Scheldwacht speelt haar overtuigend, richt zich nadrukkelijk tot het publiek als een volleerde popster en weet zelfs de overkomende vliegtuigen met een joyeus gebaar tot rekwisiet te bombarderen: 'Bon voyage!'

In de speelstijl is gekozen voor het uitvergroten van de personages, waardoor de nuance en gelaagdheid enigszins verloren gaat. De kracht van Tsjechovs stukken zit juist in die subtiele taal, die details waarin duidelijk wordt dat wat iemand voelt helemaal niet hetzelfde hoeft te zijn als wat die persoon zegt op dat moment. Op de grote, open ruimte van het Bostheater met lastige akoestiek is De Meeuw een gewaagde keuze, juist vanwege die subtiliteit: er kan alleen gespeeld worden met zendmicrofoons en grote gebaren. Dat werkt prima bij muziektheater en dans, en bij de wat grotere scènes van De Meeuw lukt dat nog wel, maar voor de meer delicate scènes niet. De Meeuw is weliswaar geschreven als een komedie, maar wel een bitterzoete, barstensvol serieuze thema's zoals de crash tussen generaties, het verval van de ouderdom, het belang van de kunst. Zowel door de spelopvatting als door de verhipping van de tekst worden de personages geen mensen van vlees en bloed: Sorin te liederlijk, Masja te eenduidig depressief, de schrijver te proleterig. De paar scènes met muziek komen uit de lucht vallen en zeker in het begin schemert de dramaturgie door het stuk heen: de tegenstellingen worden te nadrukkelijk benoemd. Wat wel bijzonder is, is de diversiteit van de cast, een mooi voorbeeld van hoe het wel kan.