"Op de markt waar ik opgroeide, ben ik kwaadaardig geworden. Sinds ze me in de brand gestoken hebben. Toen ben ik zelf ook begonnen met anderen in de brand te steken en met stelen, en met alles wat slecht is. Ik ben geen heks maar als ze me uitschelden, dan voel ik me slecht op mijn gemak en daar kan ik niet meer tegen."

Interviews met straatkinderen uit Congo vormen de basis voor Kindheksen, een voorstelling van Compagnie Dakar. Guido Kleene, de regisseur en drijvende kracht achter het gezelschap verzamelde samen met cameraman Hans Bouma het materiaal en maakte met de andere spelers een voorstelling die het midden houdt tussen een documentaire en een theatervoorstelling.

Matthias Maat, de enige witte speler, leidt de voorstelling in. Wat zijn eigenlijk 'kindheksen'? Sinds kort worden in het door oorlog verscheurde Congo tienduizenden kinderen beschuldigd van hekserij. Zij worden ervan verdacht in een onzichtbare wereld, die van de voorouders en de geesten, te zijn bestookt met het kwaad. Ze worden verantwoordelijk gesteld voor diefstal, moord en eigenlijk alle ellende die maar voorkomt. De kinderen worden opgevangen in een van de vele kerken, waarna vaak verstoting hun lot is en ze noodgedwongen rondzwerven op straat, aan hun lot overgelaten.

De grotendeels Afrikaanse cast bestaat voor een deel uit kinderen, drie jonge meisjes die achterin de zaal toekijken en zo nu en dan naar voren komen om hun verhaal te doen of om hun kracht te laten zien door middel van een energieke dans. Filmbeelden van een Congolese markt leveren een authentiek achtergrondbeeld, net als de kleurige gordijnen. De voorstelling is fragmentarisch opgebouwd: interviews, soms live gefilmd met een videocamera, worden afgewisseld met een discussie tussen de volwassenen. Zij brengen alle mogelijke verschillende standpunten naar voren, vanuit het perspectief van de kerk, de politiek en de linkse intellectueel.

In theatraal opzicht is de voorstelling niet altijd even geslaagd en het fragment waar het verhaal aan de hand van kleine kleipoppetjes wordt verteld, is regelrecht overgenomen van Hotel Modern. Dat is geen doodzonde maar het doet wel afbreuk aan de kracht van de voorstelling.

Interessant is de voorstelling vooral door de wijze waarop de complexe materie wordt geanalyseerd en besproken. Het probleem van de kindheksen is ingebed in een groter geheel waarin de economische situatie, de houding van de kerken en zelfs die van de kinderhulporganisaties een rol spelen. Een genuanceerd beeld dat raakt en aan het denken zet.