"Is het echt? Of is het maar een verhaaltje?' Waarheid en verzinsel, het zijn belangrijke tegenpolen in het denken van Friedrich Nietzsche, 'de filosoof met de hamer' die zoveel waarheden verbrijzelde. 'Niets is waar. Alles is geoorloofd.'
In Immens kruipt Vincent van der Valk letterlijk en figuurlijk in de huid van de grote Duitse filosoof. De voorstelling is een enorme fysieke en mentale tour de force. Na een geestige proloog loopt de acteur al pratend rondjes in de grote zaal die leeg en donker is, op een touw na dat in het midden van de ruimte hangt. Het begint met ijsberen, eindeloze rondjes lopend, intussen almaar pratend, bezeten op zoek naar een waarheid of ons ervan overtuigend dat er geen waarheid bestaat, totdat het tempo omhooggaat en hij letterlijk begint te rennen alsof zijn leven ervan afhangt. Het is een ongelooflijke krachtsinspanning – knap hoe hij hard renend verstaanbaar blijft –, waarmee hij recht doet aan een van Nietzsches filosofische uitgangspunten: het leven moet groots en intens zijn. De titel Immens lijkt zowel te refereren aan het begrip 'onmens' als aan de betekenis van geweldig, groots.
De voorstelling is gemaakt door Casper Vandeputte (regie) en Van der Valk die samen de tekst schreven. Daarnaast componeerde Van der Valk ook de muziek voor de voorstelling. In de proloog, die in de foyer plaatsvindt, kruipt hij in de huid van een straatartiest die funky muziek maakt met zijn keytar en zijn publiek ervan doordringt dat we hem alleen mogen volgen als we het zelf echt willen. 'Jullie mogen vooral niet in mij gaan geloven', bezweert hij ons. Voor de Nietzsche-kenners valt er volop te herkennen en genieten in de meeslepende tekst, maar ook voor de leek zijn er ruim voldoende aanknopingspunten. God is dood, de vrije wil is een illusie, de waarheid bestaat niet en het leven is misschien vooral een gevecht met of tegen de zinloosheid van het bestaan; het zijn bekende uitgangspunten. Knap hoe de auteurs een tekst schreven die recht doet aan het gedachtengoed van de filosoof, maar ook geestig is en genoeg verwijzingen naar het heden heeft om urgent aan te voelen.
Mooi is het grote koor dat tegen het einde om hem heen komt staan en zijn hartenkreten meerstemmig meezingt in een onverwachte harmonie, als om aan te geven dat hoe dan ook muziek, of kunst in het algemeen, troost kan bieden. Maar alles is een valkuil, ook het idee van loutering. Immens biedt een interessante ingang tot het gedachtengoed van de filosoof die zo'n immense invloed zou hebben op de westerse cultuur en schept tegelijkertijd een intrigerend beeld van de radicale, extreme en geniale gek die Nietzsche was.