Je moet wel durven. Vijf witte, jonge, heteroseksuele mannen – de acteurs en muzikanten van Lars Doberman – gaan in hun nieuwe voorstelling De Vrouw op zoek naar een antwoord op het eeuwige raadsel: Wat is eigenlijk een vrouw? In deze tijd van toenemende polarisatie gaan ze met de billen bloot. Het wordt 'een struikeltocht' (de goed gekozen ondertitel) door platgetreden paden, vol observaties, kwinkslagen, bekentenissen, brutaliteit, branie en (vooral veel) relativering en humor.

Lars Doberman is het gezelschap van Reinout Scholten van Aschat, Matthijs van de Sande Bakhuyzen, Mattias Van de Vijver, Jip van den Dool en scenograaf Jochem van Laarhoven. Eerder maakten ze Een bebop verhaal (2013) en De familie Mansøn (2016), waarin ze de fascinatie voor Het Kwaad onderzochten.

De voorstelling begint heel sereen, met het bouwen van een onmogelijk complexe constructie van buizen, stukjes pijp, een paar latten. Met eindeloos geduld, voorzichtigheid en liefde proberen ze, als ware evenwichtskunstenaars, een constructie te bouwen die overeind blijft. Ze komen een heel eind. Een metafoor voor het duiden van die andere 'onmogelijke constructie', de vrouw?

Uiteindelijk stort het bouwwerk natuurlijk toch in en verandert de sfeer radicaal. De tekst is goeddeels geschreven door collega-acteur, én schrijver Vincent van der Valk, onder meer een hilarisch sprookje over een koning die zo graag een vrouw wil maar bang is om zich te binden. Het speelt zich af op een ter plekke met lijmklemmen in elkaar geflanst hemelbed dat het paleis moet verbeelden. In bizarre kostuums (ontwerp: Bas van den Hurk) draven de kolderieke personages af en aan om koning Amorius ter wille te zijn bij zijn zoektocht naar die ene vrouw. In een volgende scène wordt helemaal opnieuw begonnen, en wel bij het begin: het ontstaan van de mens, het ontstaan van de taal, het ontstaan van de scheiding tussen 'ik' en 'de ander'. Af en toe worden scènes onderbroken door een van de spelers die vindt dat het anders moet of anderszins commentaar geeft. Grappig detail: de lamp met een valk erop gaat aan als de tekst van Vincent van der Valk wordt gespeeld en uit als ze op zijn tekst reageren. Ze doen dat razendknap, telkens nieuwe perspectieven tonend, elkaar af- of juist bijvallend.

De voorstelling mondt uit in een rollercoaster van over elkaar heen buitelende meningen en opvattingen over gender, nature versus nurture, het voelen van schuld (over de onderdrukking van vrouwen) en de noodzaak al dan niet een stap terug te doen als man. Juist doordat de mannen telkens van sekse wisselen en elkaars standpunt relativeren, voorkomen ze elke vorm van paternalisme, fallocentrisme of moralisme. Een even dappere als tot mislukken gedoemde exercitie is de struikeltocht op zoek naar De Vrouw. Toch komen ze een heel eind, de mannen van Lars Doberman, in deze intelligente, uitdagende, muzikale en bijzonder geestige voorstelling.