Op zondag in de kerk berekende Karin Post hoeveel dubbele flikflakken ze nodig zou hebben, om met een mooie salto precies op het altaar te belanden, en James Last a go go was de favoriete muziek tijdens haar jeugd. Ze groeide op in het o zo saaie IJmuiden, dat ondanks of juist dankzij haar vermeende saaiheid een uitstekende voedingsbodem is gebleken voor talent, getuige behalve Karin Post zelf ook bijvoorbeeld de gebroeders van Warmerdam en de schrijver Adriaan Morriën.
In IJ-streepje-Muiden neemt Karin Post afscheid van haar leven als danseres: ze is 37 en haar lichaam begint te protesteren. Afscheid nemen is dan ook het centrale thema in deze lichtelijk melancholieke voorstelling. Karin Post staat bekend om haar zoektocht naar samenwerkingsverbanden met andere disciplines. In het verleden werkte ze samen met beeldend kunstenaars, vormgevers, componisten en film- of toneelregisseurs. Ditmaal vroeg ze acteur Titus Muizelaar en regisseur Jan Joris Lamers om samen met haar op zoek te gaan naar antwoorden op de vragen die haar bezighouden. Een belangwekkende confrontatie tussen de disciplines drama en dans is IJ-Muiden niet geworden, wel een heel persoonlijke voorstelling waarin de schrijver Adriaan Morriën een belangrijke plaats inneemt.
De vorm is eenvoudig. Gekleurde lampen bakenen het podium af en op een groot projectiescherm worden beelden vertoond, van de zee, de haven van IJmuiden of van een klein meisje in het blauw dat eindeloos rondjes om een lantaarnpaal draait. Muizelaar heet het publiek welkom en stelt Karin Post een aantal vragen, als betrof het een openbaar interview. Ze vertelt over de dubbele flikflakken in de kerk, over de verveling van vroeger en de behoefte om te ontsnappen aan die benauwende atmosfeer. Morriën, aanwezig op de première, leest een gedicht voor dat hij deze week geschreven heeft: 'de dood nee, nooit van gehoord'. Citaten uit zijn werk worden vervolgens afgewisseld met dansfragmenten. Gaandeweg wordt Muizelaar meer en meer betrokken bij de dans: samen doen ze een hinkelspelletje of zij gebruikt hem als steunpilaar om zich aan vast te klampen. Toch heeft deze voorstelling vooral het karakter van een hommage aan Adriaan Morriën gekregen, meer dan van een statement over dans of van een confrontatie tussen dans en toneel. Want wat doet een lang verhaal van Morriën over zijn verhouding tot hoeren in een voorstelling die moet gaan over afscheid nemen of over de vragen die Karin Post zich stelt naar de betekenis van (haar) dans? De voorstelling eindigt, ietwat gemakkelijk, met 'Op de sluizen van IJmuiden', een smartlap: afscheid nemen doet goed zeer. Door de onpretentieuze aanpak is IJ-Muiden wel een sympathieke voorstelling, waarvan overduidelijk is dat de makers er niet helemaal zijn uitgekomen.