Al in de proloog wordt de moord aangekondigd. Slachtoffer is het meisje, de daders zijn haar vrienden of zijn het ex-vrienden? Met z'n drieën hebben ze een sterke band, al vanaf hun kinderjaren spelen ze dagelijks samen op het plein. Nu ze volwassen aan het worden zijn, is alles anders.

Part Two is een reconstructie van een moord die er eigenlijk niet toe doet. Een thriller op toneel' wordt het toneelstuk, geschreven door Oscar van Woensel, genoemd, maar van spanning is weinig sprake als al meteen duidelijk wordt gemaakt hoe het zit met die moord. De spanning in Part Two zit dan ook niet in de anekdotiek, maar in de subtiel opgebouwde verhaallijn en in de afwisseling van poëtische, filosofische overpeinzingen met grof, alledaags taalgebruik. De schrijver vergt nogal wat van de jongeren voor wie de voorstelling (ook) bedoeld is. Acteurs stappen in en uit hun rol of becommentariëren de structuur van het stuk ("Even een intermezzootje"). Ze praten over de onmogelijkheid van vriendschap of over een symbiose die te ver gegaan is; nogal abstracte begrippen die, lijkt mij, voor de doelgroep wel erg hoog gegrepen zijn. Daar staat het een en ander tegenover: de rappe dialogen zijn door regisseur Danielle Wagenaar in een flitsend tempo aan elkaar gemonteerd en worden met veel humor en gevoel voor understatement gebracht. Het spel van de drie acteurs is luchtig en er wordt mooi gebruik gemaakt van de suggestieve kracht van theater. En passant komen de grote thema's van het leven langs: Part Two gaat over liefde, verraad en verlangen, over vrijheid, vriendschap en het verlies daarvan. Over het verschil tussen mannen en vrouwen en over de noodzaak om alleen te durven zijn. Uiteindelijk is de moord misschien wel een verkapte zelfmoord, suggereert het meisje, dat verstrikt is geraakt in de ooit zo idyllische relaties. 'Love is a battlefield', citeert de een, dat zongen ze vroeger op de havo en nu begint hij pas te beseffen hoe waar het is.