Tot driemaal toe komt er een wonder uit de hemel gevallen. De eerste keer is het een gigantische opblaasbaby, van minstens zes meter lang. De tweede maal is het een lawine van pluche speelgoedbeesten en de derde keer komen met donderend geweld honderden plastic flessen naar beneden gevallen.

Snaren heet het nieuwste stuk van Toneelgroep Amsterdam, geschreven en geregisseerd door Gerardjan Rijnders, weer even terug bij zijn oude stek. De titel verwijst naar de onderzoekselementen die na de atomen en de quarks de nieuwe theoretisch kleinste deeltjes vormen. In Snaren wordt stevig gefilosofeerd over het ontstaan van het heelal en het begin van alles, maar ook over de zin of zinloosheid van het bestaan. Korte, fragmentarische zinnen en losse oneliners worden afgewisseld met gedreven monologen.

De voorstelling begint met een donker toneel, waarin alleen een neonbord met de tekst NIETS erop de aandacht trekt; aarzelend tast dan een tweetal lichtbundels de ruimte af en gaandeweg komt er steeds meer licht, kleur en geluid in de voorstelling. Grofweg zijn er twee delen te onderscheiden: in het eerste deel bespreekt Lilith (Lineke RIjxman) met Lucifer (Benjamin de Wit) haar fascinatie met de ontstaanstheorie: wanneer was het begin dan precies en wat was er daarvoor? Hoe kwamen die allereerste deeltjes, snaren, tot leven en tot elkaar? Kleine visuele grapjes illustreren de soms wel erg theoretische kost. Zo worden er, als het gaat over de snelheid van het licht, achter op het toneel wat rookpluimpjes de lucht in geblazen.

/In het tweede deel komen de personages, die eerst op de achtergrond in het zwart gekleed als koor fungeren, tot leven. Ze dwalen rond over het toneel, zoeken geborgenheid bij een grote speelgoedbeer, struikelen over de plastic flessen. Hun gesprekken gaan over van alles en nog wat, over hun alledaagse worsteling met tamelijk triviale zaken, over de juiste uitspraak van het woord euro of over de vraag waarom Jezus nooit borsthaar heeft. De acteurs die de wereld bevolken, waaronder Kitty Courbois en Joop Admiraal, maar ook jongere spelers zoals Roeland Fernhout en Gunilla Verbeke, vormen een hecht ensemble. Ondanks de fragmentarische flarden slagen ze erin hun personages tot leven te wekken. Want hoe interessant de zoektocht van natuurkundigen naar de geheimen van het heelal ook moge zijn en hoe knap Lineke Rijxman deze ook weet te verwoorden, echt drama wordt het pas als het gaat over mensen.