In haar debuut als artistiek directeur van Scapino Ballet Rotterdam pakt Nanine Linning uit met een grootschalige voorstelling. Anima Obscura is een Gesamtkunstwerk waarin grote thema's als onsterfelijkheid en het menselijk verlangen naar kennis en controle worden onderzocht. Choreografie, videoperformance, animatie, hologrammen en livemuziek – een groot koor, orkest en solisten – komen samen in een operateske voorstelling die soms murw maakt, maar ook prachtige momenten kent.

Het is een ambitieuze onderneming: het Rotterdams Philharmonisch onder leiding van Giuseppe Mengoli, het Laurens Symfonisch en harpist Remy van Kesteren, plus twee zangers spelen live de muziek. Videoscenograaf Claudia Rohrmoser brengt met 3D animatie, hologrammen en live projecties alle mogelijke technologieën tot leven in het gigantische videodecor. Kostuumontwerper Irina Shaposhnikova ontwierp fantastische kostuums voor het volledige ensemble van Scapino: prachtige jurken in rococostijl en diverse andere historische stijlen. In een interview in de Volkskrant vertelt zij dat voor elk van de tien scènes in de voorstelling andere kostuums zijn ontworpen, geïnspireerd door een bepaalde historische periode en dat elke jurk net even anders is.

Kortom: kosten noch moeite zijn gespaard om een enerverende theatrale ervaring te creëren over het leven en de dood, over de geschiedenis en de toekomst, over hemel, hel en aarde. Linning maakte in 2021 al eerder een versie van Anima Obscura bij Theater Bielefeld, toen met tien dansers, nu met 23 dansers van Scapino.

Anima Obscura betekent 'donkere' of 'verborgen' ziel. Een zoektocht naar de duistere en onbekende aspecten van de menselijke psyche, om uiteindelijk licht te doen schijnen op het verlangen naar onsterfelijkheid: van de occulte praktijken door alchemisten in de late middeleeuwen tot experimenten van hedendaagse 'biohackers'.

De structuur van de voorstelling wordt gedicteerd door Brahms Ein Deutsches Requiem, muziek die troost biedt aan de levenden, afgewisseld met Ein Schemen van componist Yannis Kyriakides, een digitale hercompositie voor koor, harp en elektronica. Als een schaduw – letterlijk betekent Schemen ook schaduw – echoot de elektronische klankwereld van Kyriakides de meer aardse klanken van Brahms. Harpist Remy van Kesteren zwerft op een eigen eilandje over het grote toneel van het nieuwe Luxor Theater, als een hedendaagse Orpheus. Geweldig hoe hij zacht en geruststellend kan tokkelen met zijn harp, maar er ook hard op kan beuken.

In de beginscène is het toneel donker. Het koor zit, net voor het podium, aan weerszijden van de zaal. Rechts, voor op het toneel wordt een installatie neergezet, een soort zwarte doos, waarin door figuren in het zwart lichtbakken worden aangebracht, die beelden tevoorschijn tovert. Een magische toverdoos, waar een ook al in het zwart gehuld figuur zijn hand doorheen haalt: het levert beelden op die doen denken aan een zandloper, aan gestolde tijd, aan stromend water en later ook aan bliksemflitsen, vogelzwermen, digitale processen.

In de voorstelling worden de zeven fasen van de alchemisten gevolgd, die op zoek waren naar de Steen der Wijzen die het leven kon verlengen, aldus het programmaboek. Deze conceptuele achterliggende gedachtegang is voor de bezoeker niet altijd even makkelijk te volgen.

Er zijn prachtige beelden: een levitatie helemaal in het begin, mooi uitgelicht; een indrukwekkende processie van een steeds maar groeiende stoet dansers die door de ruimte schrijdt, de armen naar de hemel geheven. Halverwege de voorstelling een huiveringwekkend beeld van een graf waarin twee geliefden, de een boven, de ander beneden, even wanhopig als vergeefs proberen elkaar te bereiken. De sopraan Aphrodite Patoulidou zorgt voor een van de hoogtepunten met het prachtig gezongen 'Ihr habt nun Traurigkeit'.

Er wordt geweldig gedanst door het ensemble van Scapino, al lijkt ook hier het conceptuele denken de praktijk nogal eens in de weg te zitten: vaak is volstrekt onduidelijk waarom de ene groep dansers er anders uitziet en een andere bewegingstaal gebruikt dan de andere groep. Daardoor wordt het geheel wat amorf. Dat ligt ook aan het schemerduister waarin veel van de ensemblestukken zich afspelen. Soms wordt een solist of de harpist met een spot belicht of dwaalt er zelfs een eenzame danser met een enkel zaklampje over het immense donkere podium. Het is een voorstelling vrijwel geheel in zwart-wittinten, pas op het eind komt er meer kleur en licht.

Anima Obscura is een apocalyptisch gesamtkunstwerk, een poëtisch universum waarin je mag verdwalen, maar soms ook echt de weg kwijtraakt. Het is zo véél: de focus lijkt hier en daar te ontbreken, alsof de makers té veel gewild hebben. Het zijn vooral de trage momenten en de tot de verbeelding sprekende beelden die echt raken.