In Vrouwen van eer probeert Paul Haenen theater te maken van de krantenkoppen van gisteren en vandaag. Een op de actualiteit gebaseerde komedie moest zijn nieuwe toneelstuk worden, met een stevige post-feministische saus gelardeerd. Het resultaat is een geconstrueerde, ongeloofwaardige en veel te lang uitgesponnen cabaretsketch.
Het idee om drie vrouwen aan de top (een lijsttrekker van het CDA, een directrice van de NS en een directrice van een overkoepelende Zorgverzekeraar) bij elkaar in te laten trekken teneinde nog meer Macht, Geld en Eer te verwerven is misschien aardig voor een korte sketch in een satirisch televisieprogramma; voor een toneelstuk is het gegeven aan de magere kant. Om het geheel wat meer diepgang te verlenen, heeft de schrijver de drie vriendinnen opgezadeld met een jeugdtrauma. De een is vroeger geterroriseerd en de andere twee voelen zich nog altijd schuldig omdat ze haar niet geholpen hebben. De al te doorzichtige plot en de soms geestige, maar vaak flauwe verwijzingen naar de actualiteit, maken van Vrouwen van eer een onmogelijk stuk.
/Aan de actrices ligt het niet. De door de wol geverfde Linda van Dijck, Ingeborg Elzevier en Nelly Frijda maken er het beste van en slaan zich er met vrouw en macht doorheen. Regisseur Titus Tiel Groenestege heeft het stuk vlot geënsceneerd met af en toe een leuk dansje, geregelde verkleedpartijen in steeds weer andere mantelpakjes en nachtkledij en een kluchtige speelstijl. De twee ronde ramen in de houten achterwand dienen als projectieschermen, waarin behalve kleurrijke vissen in hun kom ook close-ups van de drie personages worden geprojecteerd, ter afwisseling van de scènes. Zij spreken het publiek nadrukkelijk toe in een soort videodagboek, waarin zij de toeschouwer van hun heimelijke gedachten of wensen op de hoogte stellen. Dat levert in elk geval enige afwisseling af van de wel erg gewild opgewekte dialogen, waarin op hinderlijke wijze teveel informatie is gestopt: "Ja, nu jij directrice van de NS bent geworden......"
Een van de weinige echt leuke momenten in deze voorstelling is het verschijnen van de machinist, ook via het projectiescherm. De directrice van de NS is volledig voor hem gevallen (dat hij omgekeerd net zo voor haar valt, is ook al weinig geloofwaardig trouwens) en dat kun je je goed voorstellen als je de vertrouwenwekkende tandpastalach van de machinist met zijn mooie NS-pet van dichtbij ziet.
Het loopt al net zo voorspelbaar en doorzichtig af als je vreesde. Paul Haenen moet de volgende keer de actualiteit overlaten aan de cabaretier of het satirische tv-programma en zelf weer een echt stuk schrijven, over echte mensen.