In het begin is het één tegen elf. Twaalf mannelijke juryleden moeten oordelen over leven of dood, als een zestienjarige jongen uit een achterbuurt terecht staat voor de moord op zijn vader. De Amerikaanse schrijver Reginald Rose putte uit eigen ervaring als jurylid bij een moordzaak toen hij in 1954 De Twaalf Gezworenen schreef. Het boek werd beroemd, vooral door de met Oscars-nominaties overladen verfilming met hoofdrollen van Henry Fonda en Lee J. Cobb.

Nu brengt het Noord Nederlands Toneel het stuk in regie van Guy Weizman, bekend als artistiek leider en choreograaf van het dansgezelschap Club Guy & Roni. Het is zijn eerste toneelregie en het is dan ook niet vreemd dat het een uitermate fysieke voorstelling is geworden. De twaalf mannen stormen in het begin van alle kanten het toneel op, begeleid door stampende en dreunende electro. Het toneelbeeld bestaat uit een tweetal stellages: de eerste een stalen uitklapbare wand, waarmee dreigend dichtbij het publiek wordt gereden, die daarna wordt ingeklapt tot een vierkant blok waarop precies twaalf stoeltjes passen. Een mooi beeld om de twaalf mannen daar zo hoog te zien zitten, claustrofobisch dichtbij elkaar. De tweede bestaat uit een steile helling waarop een lange tafel is gemonteerd. Door het draaien van de helling, het bewegen van de stellage en de geraffineerde belichting verandert het toneelbeeld continu. Met zijn fysieke aanpak vraagt Weizman veel van zijn acteurs, die af en aan klimmen op stellages, gooien met stoelen, de zwaartekracht weerstaan op schuine hellingen en meer dan eens de grond onder hun voeten voelen verdwijnen.

Fraai wordt de tegenstelling in beeld gebracht: van die ene twijfelaar (Bram Coopmans) die tegenover elf overtuigde juryleden staat. In het Amerikaanse rechtssysteem uit die tijd gold alleen een honderd procent overtuigde jury. Langzaam maar zeker blijkt dat er wel degelijk reden is tot twijfel en verschuift het aantal overtuigde leden. Mooi hoe de acteurs allemaal een eigen karakter hebben meegekregen: de een is een keurige effectenhandelaar, de ander een platte voetbalfan, een derde een vreemde eend in de bijt (Ko van den Bosch). Loek Peters met zijn (onder andere van Penoza bekende) uitstraling als rauwdouwer is duidelijk de antagonist. Hij staat tegenover de twijfelaar Bram Coopmans als de laatste die bij zijn mening blijft: schuldig. Totdat uiteindelijk toch iedereen overstag gaat. Hoewel: aan het eind blijft Coopmans alleen op toneel achter: in de war, want na zijn overtuigende pleidooien twijfelt hij opnieuw. Misschien heeft hij ervoor gezorgd dat een moordenaar wordt vrijgesproken.

Rijdende stellages, rook en duisternis, groots gemonteerde scènes en veel dreigende muziek (van Darien Britto): in de visie van Weizman is beeld net zo sterk als taal. Dat leidt tot een spannende en visueel aantrekkelijke voorstelling.