"Het gaat er al spelend in, maar komt er al wenend uit," klinkt het over de pasgeboren zoon. Het zou een motto kunnen zijn voor Menuet, de korte roman van Louis Paul Boon uit 1955 over een driehoeksverhouding tussen een arbeider, zijn echtgenote en de dienstmeid. Liliane Brakema gebruikt voor haar debuutregie bij NTGent de bewerking die Tom Blokdijk in 1997 maakte. De titel verwijst naar een oude Franse barokdans in een driedelige maatsoort. Menuet bestaat dan ook uit drie delen; drie monologen die elk vanuit het perspectief van een van de personages worden verteld. In de theatervoorstelling zijn de drie monologen onderling verweven. Om beurten geven de man, zijn echtgenote en een jong meisje dat helpt in de huishouding hun gevoelens en gedachten weer. Uit alles spreekt een existentiële eenzaamheid: dialogen zijn er niet, de drie dwalen rond in een decor dat bestaat uit op elkaar gestapelde kasten, tafels en bankstellen, in een soort monotone grijzige grondverf gezet. Ze vormen een weergave van de benauwenis die de bekrompen omgeving van het naoorlogse Vlaanderen teweegbrengt. De drie leven als het ware op een eiland. Om te beginnen de man (fraaie rol van Bert Luppes), die zijn dagen in eenzaamheid doorbrengt in een vrieskelder (zijn baan is het zorgen voor de juiste, zeer lage temperatuur) en de avonden slijt met uit de krant knippen van bij voorkeur macabere berichten. Zijn echtgenote (Chris Thys) vertegenwoordigt de optimistische levenshouding van de jaren vijftig: ze wil vooruit in het leven. Liefst schilt ze meteen na het eten alweer de aardappels voor morgen. Haar man begrijpt daar niks van: waarom zou je altijd 'in het vooruit' willen leven? Het jonge meisje (Lien Wildemeersch) kijkt aanvankelijk met afstand en de nodige weerzin naar het echtpaar: zij wil het anders! De dramatische spanning zit niet in spectaculaire acties, maar in de discrepantie tussen de onderlinge ervaringen: hoe anders kun je ergens naar kijken als je weet wat er tegelijkertijd in het hoofd van de ander omgaat? De onderliggende seksuele spanningen zijn evident: de echtgenote wordt uiteindelijk zwanger van haar zwager met wie ze vreemdgaat; de dienstmeid voelt heel goed aan hoe de man zich door haar aangetrokken voelt. Het is een en al onderdrukte lustfantasieën, ontrouw en uiteraard de daarmee gepaard gaande schuldgevoelens in het nog overheersend rooms-katholieke milieu van de jaren vijftig. Prachtig gespeeld door de drie acteurs: de nerveuze gebaren van de man, de bokkige puberwoede van het meisje en de niet te fnuiken hoop en verwachting van de vrouw. Het is een sobere voorstelling, met alleen die drie personages, het volgestapelde decor waar de spelers overheen klauteren en flarden muziek tussenin. De fraaie tekst van Boon en het mooie, ingetogen spel van de acteurs maakt het tot een intense ervaring.