Het kliekje van gisteren giet hij de volgende ochtend rustig weer terug in het waterreservoir om er opnieuw koffie van te zetten en zijn maaltijd bestaat uit een half stukje knäckebröd met magere kwark. De dichter geeft niet veel om eten of koffie, de dichter wacht hunkerend tot het tijdstip naderbij komt dat hij met goed fatsoen zijn eerste whisky nemen kan. Jarenlang al heeft hij een verhouding met een schrijfster die elke avond bij hem op bezoek komt, een half hapje eet, wat reddert in zijn armetierige huishouden en tenslotte weer vertrekt. De dichter tobt met impotentie op velerlei terrein: sociaal, seksueel en creatief.
De dichter is de hoofdpersoon van Uit den vreemde, een zogenaamde spreekopera van de Oostenrijkse auteur Ernst Jandl. De tekst is geschreven in strofen van drie korte, geconcentreerde regels, waarbij het eigenaardige is dat de personages over zichzelf en elkaar spreken in de derde persoon en in de aanvoegende wijs. "Of hij nog iets eten wilde?", vraagt de dichter zich af. Het kost even wat moeite om te wennen aan de archaïsch aandoende spreekstijl, maar -merkwaardig genoeg- eigenlijk wordt dat heel snel gewoon. Op sommige momenten werkt het uitermate komisch, zoals wanneer de dichter de taxicentrale belt met de vraag "dat er een taxi kome"; op andere momenten wordt door de afstandelijkheid van de taal (en over hij' spreken als je jezelf bedoelt is toch wel het summum van afstandelijkheid) de tragiek benadrukt. De trivialiteit van de alledaagse dingen brengt de dichter, die ten prooi is aan een hevige depressie, tot diepe wanhoop: "of de knäckebröd altijd met de verkeerde kant op de grond moest vallen?"
Frans Strijards heeft Jandls tekst sober en realistisch geregisseerd; de groteske gebaren die zijn speelstijl lang hebben bepaald, ontbreken hier nagenoeg. Theo de Groot speelt zijn rol als de dichter adequaat, maar zonder verrassingen. Gaandeweg het stuk groeide althans bij mij de behoefte aan een wat grilliger personage dat af en toe aan zijn eigen wetten ontsnapt. Marieke van Leeuwen doet dat wel: haar ogen staan op uitgeblust, ze heeft zich al te zeer ingeleefd in haar rol als slovende en breiende hulp zonder veel hoop dat er ooit nog iets zal veranderen, maar toch..., zo nu en dan lijkt er een vonkje levenslust te smeulen.
Kijken naar de manier waarop een depressieve dichter zich met behulp van pillen, drank en sigaretten door de dag heen sleept, is geen opwekkende bezigheid. Wat Uit den vreemde bijzonder maakt, is het curieuze taalgebruik. De afstand die daardoor ontstaat tussen wat er daadwerkelijk gebeurt en wat wenselijk zou zijn, is even schrijnend als komisch.