Met kamille bet Zwaantje Mus de ogen van haar vermoeide echtgenoot die zijn dagen slijt achter het schaakbord. 'De probleemcomponist' is totaal geobsedeerd door de schoonheid van het schaakspel. Zwaantje brengt haar avonden en nachten door met vergeefse pogingen om door te dringen in de hermetisch afgesloten wereld van haar echtgenoot. Overdag zwerft ze door de stad, wanhopig op zoek naar iets om haar leven betekenis te geven. Droge sherry is haar enige bondgenoot.
In het eerste bedrijf van De Probleemcomponist, het toneeldebuut van de Rotterdamse schrijfster Maria Heiden, wordt dit stel als modelvoorbeeld van falende communicatie geschetst. Het gebrek aan contact is dermate schrijnend dat dat al gauw contraproductief werkt. Zeker als er ook nog eens sprake is van een in de wieg gestorven kind, krijg je de neiging om te denken: mag het een onsje minder?? De enige uitweg die geboden wordt, is de intrigerende man die elke nacht om dezelfde tijd zijn brief komt posten. Zwaantje stift haar lippen voor ze naar hem zwaait.
Na een kort changement blijkt de keurige huiskamer van het echtpaar in het tweede bedrijf te zijn ingeruild voor de spreekkamer van dierenarts S. Vos, de intrigerende briefbezorger. Zwaantje heeft de stoute schoenen aangetrokken en nodigt hem uit voor een etentje. Met de introductie van deze bizarre dierendokter komt er wat meer lucht in de voorstelling. Steven Vos heeft bepaald onorthodoxe opvattingen over het beroep van dierenarts. Zijn motto luidt: "Leven is ziekte en verval. Pas als je het leven stilzet, krijg je er greep op."
De bizarre driehoeksverhouding die ontstaat geeft aanleiding tot komische verwikkelingen en geestige dialogen. Vooral in de middelste twee bedrijven pakken de acteurs stevig uit, volgens beproefd Trust-recept. Bert Geurkink is een diabolische dierenarts, Jaap Spijkers geeft fraai gestalte aan de monomane schaakmeester en Myranda Jongeling slaagt erin de hoop en vooral wanhoop van Zwaantje Mus overtuigend neer te zetten. De regie van Erik van Zuylen, de speelfilmregisseur die met deze voorstelling zijn debuut maakt op het toneel, lijkt wat keuriger en minder absurdistisch dan wij van De Trust gewend zijn, maar Maria Heiden is ook geen Schwab.
Het stuk ontspoort weer enigszins naar het einde toe. De schrijfster heeft er zoveel (Freudiaanse) verwijzingen in willen stoppen dat het hier en daar ongeloofwaardig wordt: waarom moet zowel bij Steven Vos als bij Zwaantje een incestueuze relatie met de respectievelijk moeder en vader gesuggereerd worden? Er blijven teveel losse eindjes over in de compositie om te overtuigen. En de ontknoping waarbij het leven ten slotte inderdaad wordt stilgezet, is even voorspelbaar als onbevredigend.