Ze rennen voor hun leven op de vrolijk stemmende muziek van Vivaldi, tussen het publiek door dat kriskras verspreid over het toneel zit. Adelheid Roosen, Lineke Rijxman, Titus Muizelaar en George Groot zijn acteurs met een verweven geschiedenis. DeDikkeMuiz (Titus Muizelaar) had acht jaar een relatie met Rijsen (Lineke Rijxman) en is sindsdien al 15 (zegt de een) of 20 (zegt de ander) jaar met Rooxman oftewel Adelheid Roosen. George Groot (Sjors) is een hartsvriend en creatieve partner van Roosen en treedt in deze intieme voorstelling op als een soort therapeut. Hij is niet betrokken in deze ménage à trois, behalve dan als vriend en observeerder. Al heeft hij zijn eigen geschiedenis van hoe om te gaan met jaloezie en bedrog met zijn (overleden) vrouw.

Het is een zeldzaam eerlijke en intieme voorstelling die soms bijna pijn doet om naar te kijken. In de proloog omschrijft Roosen haar relatie met DeDikkeMuiz als "vijftien jaar sprankel, vijf jaar stilstand", waarbij "alle ruis van haar" komt. Al in het begin van hun verhouding was er even twijfel: toen ze amper vier maanden verliefd waren, vertelde hij haar dat hij op vakantie wilde gaan met zijn ex.

Roosen, al haar hele leven een enorme vechter die geen steen overeind houdt als er nog iets onder ligt te smeulen, gaat op onderzoek uit. In het theater, waarom ook niet, het is haar arena, haar speelveld. Het autobiografische is universeel, staat op de flyer, en dat is waar: in elk verhaal, elke liefdesgeschiedenis herkennen mensen wel iets van hun eigen angsten en verlangens.

Hoe het precies ging met die vakantie – wie vroeg nu wie en ging het eigenlijk wel door? – blijft in het ongewisse. Is DeDikkeMuiz zo zwijgzaam en onbenaderbaar soms, omdat hij nog altijd worstelt met Rijxman? Is zij de 'wond in zijn hart'? De twee vrouwen komen steeds dichter bij elkaar. "Ik ben jouw zus", zegt Rijxman tegen Roosen. In een aantal scènes spelen ze ook echt zusjes die zich wapenen tegen een vader die alsmaar wegkijkt, waarbij vooral Rijxman indruk maakt met enkele hartverscheurende woede-uitbarstingen.

De rol van Titus Muizelaar wordt uiterst kwetsbaar neergezet. Hij is – of speelt – het kleine jongetje met het blauwe broekje dat alsmaar probeert indruk te maken op een moeder die nooit zegt of laat voelen dat zij van hem houdt. De vrouwen komen veel sterker naar voren in deze voorstelling. Rijxman duwt DeDikkeMuiz letterlijk naar voren en dwingt hem tot de woorden die hij uit zichzelf niet kan zeggen: "IK KAN HET NIET."

Verbijsterend intiem theater, waarbij je je afvraagt hoe het moet zijn voor de spelers, en met name dan voor die DikkeMuiz, om dit tig keer te moeten spelen en doormaken. Het leven als spel, het leven spelen, het spelen leven, alles rolt door elkaar. Zoals ze in het begin voor hun leven lijken te rennen, zo zetten ze als het ware hun eigen leven en liefde op het spel.