"Ik heb liever dat er iets mis is met mij, anders is er iets mis met de wereld." In glasheldere bewoordingen en met ontwapenende blik richt Celia Coplestone (Tamar van den Dop) zich tot de psychiater. Zijn meedogenloze analyses hebben nogal wat invloed op de beslissingen die de hoofdpersonages over hun levens nemen in Cocktail Party (1949), een stuk van T.S. Eliot dat nu in een regie van Peter van Kraaij door De Tijd gespeeld wordt.
Zo wordt het stukgelopen huwelijk tussen Edward en Lavinia gelijmd, want is het niet verstandig er toch maar het beste van te maken? Celia gelooft van niet. Zij kiest voor een compromisloos bestaan en sterft, twee jaar nadat ze haar eenzame pad is opgegaan, een gruwelijke marteldood.
T.S. Eliot laveert in Cocktail Party tussen een salonkomedie over driehoeksverhoudingen in de Engelse upperclass en een christelijk leerstuk. Dat wringt behoorlijk en de enscenering van De Tijd hinkt dan ook op (tenminste) twee benen. Hoewel het stuk tal van facetten van de comedy in zich heeft - van cheek in tongue-humor tot en met de vele opkomsten en afgangen -, overheerst het levensbeschouwelijke. Dat levert tal van interessante gedachtengangen op, vooral in de virtuoze analyses van de mysterieuze psychiater Reilly. Over hartstocht en liefde, over angst om keuzes te maken, over herinnering en waarheid, kortom over alle existentiële vraagstukken. Kies je voor de sleur van een middelmatig bestaan (Edward en Lavinia) of heb je de durf om verder te gaan (Celia)?
Tot zover is er nog niks aan de hand. Wie kiest er niet liever voor om groots en meeslepend te leven dan voor een duf en saai bestaan? Waar het stuk gaat irriteren, is waar Eliot zijn eigen preoccupaties met het geloof een te dominante rol laat spelen in zijn stuk. De geur van heiligheid die er om Celia's keuze en dood (gekruisigd in een ver land) hangt, ontneemt met terugwerkende kracht het stuk een groot deel van zijn zeggingskracht.
Het spel is, inherent aan die tweespalt tussen comedy en geloofsbelijdenis, nogal wisselend. Han Kerckhoffs, op de première-avond gehandicapt door een rugblessure, is als de psychiater teveel een stripfiguur om te overtuigen. Tamar van den Dop is met haar onschuldige mooi gecast als de idealistische Celia, al blaakt zij bijna teveel van levenslust om geloofwaardig te blijven als zij het pad van de religieuze opoffering kiest; Lucas Vandervost lijkt zich als enige helemaal thuis te voelen in dit merkwaardige stuk. Waarom de personages in zulke lelijke kleren moesten worden gestoken, is mij overigens noch vanuit comedy-perspectief noch vanuit het christelijk gezichtspunt duidelijk geworden. Betty Schuurman draagt een monsterlijke oranje jurk met teveel knopen, Nettie Blanken is al even foeilelijk aangekleed en ook de heren zijn zonder uitzondering uitgedost in foute pakken. Het ergste van de jaren zestig lijkt uit de kledingkast gehaald.
Al met al is deze Cocktail Party een merkwaardige voorstelling geworden, ondanks het potentieel aan acteertalent, de heldere vertaling van Patricia de Martelaere en de belangwekkende thematiek. Het evenwicht tussen licht en zwaar en de transparantie, die een fameuze voorstelling van De Tijd (De Fantasten) kenmerkte, ontbreekt in deze Cocktail Party.