Verhalen vertellen is een kunst die acteurregisseur Bob de Moor als weinig anderen beheerst, zoals hij onder andere liet zien in zijn bekroonde solo-voorstelling Olivetti 82. Sinds De Moor artistiek leider is van het Vlaamse gezelschap De Korre, leeft hij zich ook als regisseur uit in het op de planken brengen van veelal onbekende of vergeten verhalen met een fantastisch of magisch karakter. Vorig seizoen waren dat De Rafaels en Legendes Flamandes, nu brengt De Korre Hemelse Woorden van de hier nagenoeg onbekende Spaanse acteur Ramon Maria del Valle Inclan (1866-1936), die met zijn epische, absurde stijl in Spanje grote invloed schijnt te hebben uitgeoefend op belangrijke schrijvers als Garcia Lorca, Arrabal en Bunuel. Hemelse Woorden is een grotesk volksverhaal dat zich afspeelt op het Spaanse platteland waar de varkens en kippen nog vrijuit rondscharrelen, het cafe naast het kerkhof de belangrijkste ontmoetingsplaats is voor de boeren en bedelaars en waar overspelige vrouwen zonder pardon gestenigd worden. Een van de centrale hoofdpersonages verschijnt niet op het toneel: het is de wees Laureano, een spastische dwerg met een waterhoofd. Als zijn familie erachter komt dat hij als attractie op de jaarmarkten een aardig centje oplevert, wordt hij inzet van een felle strijd: wie mag 'm hebben? Uiteindelijk gaat een aangetrouwde tante met hem aan de haal; ze beleeft een gepassioneerde romance met een geheimzinnige minnaar die duivelse trekken blijkt te bezitten en nadat de arme dwerg is gestorven, keert ze gedesillusioneerd terug naar haar dorp. Op het moment dat de woedende dorpsbewoners haar dood dreigen te stenigen, redt haar echtgenoot, de koster, haar met een Latijnse spreuk: 'Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen'. Exit woedende menigte, triomf van de magie van de Heilige Woorden. Regisseur Bob de Moor brengt deze bizarre geschiedenis terug tot een zo eenvoudig mogelijke vorm. In de lijst van een grote poppenkast zitten de vier acteurs naast elkaar, in zwarte kostuums gestoken. Ze brengen de geschiedenis in een mengvorm van gespeeld en verteld theater, ondersteund door een piepklein huisorgeltje waaruit Wim Willaert melancholische en gepassioneerde Spaanse melodieen te voorschijn tovert. Vooral hij en Jan Steen weten door een lakonieke, droge speelstijl te overtuigen. Zo nu en dan worden de toneelkonventies doorbroken, bijvoorbeeld waarin Jan Steen de al te hartstochtelijk in gezang uitbarstende Willaert met een tik op het hoofd tot de orde roept. Het zijn lichte momenten in een miniatuurvoorstelling die geestig en onderhoudend is, zonder al te veel pretentie of diepgang. De familiegruwelen blijven ver van je af staan: het is vooral een sprookje van weleer.