Het toneel is kaal, op zwarte coulissen na, die hier en daar nog flarden kleur vertonen, van oude affiches die eraf zijn gescheurd. Als de spelers opkomen, duwen ze de coulissen verder opzij en zetten de schaarse meubelstukken aan de kant, Kaal, kaler, allerkaalst.

De introductie is dan al voorbij. De regisseur Lotte van den Berg heeft het publiek persoonlijk begroet en verteld hoe haar vader, theatermaker Jozef van den Berg, ruim 17 jaar geleden het theater vaarwel zei. Zijn toespraak, waarin hij het publiek vertelt dat hij ophoudt als theatermaker om zich te wijden aan verlichting van een hogere orde, wordt afgespeeld via een ouderwetse bandrecorder: 'Ik heb ontzettend lang gezocht. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat de zoeker zoekt, maar dat hij wordt gevonden. Daarom, dames en heren, om deze man, om Christus, daarom alleen heb ik dit stuk gezocht. En ik stap uit het vak. Voor mij is het voorbij. Ik zeg u allen goedendag.' Wat doe je met zo'n gegeven als je zijn dochter bent en bovendien ook theatermaker bent geworden? Lotte van den Berg is op reis gegaan naar Siberiƫ en Mongoliƫ, wellicht op zoek naar antwoorden op de vragen die haar vader stelde: wat is theater? Is theater per definitie onwaar? Wat kan theater bewerkstelligen? De kale vlaktes en de soberheid van het leven daar inspireerden haar tot Winterverblijf, een uitermate kale en sobere voorstelling. Een religieuze voorstelling ook, want Lotte van den Berg probeert een spirituele ervaring over te brengen bij de toeschouwer door de grenzen van het theater te verkennen. Er is geen sprake van een theatervoorstelling in conventionele zin. Er zijn een paar rudimentaire sporen terug te vinden van wat theater vermag: zo zien wij Marlies Heuer enkele malen met een dienblad met theeservies van achteren naar voren lopen, heel mooi en heel traag. Als ze is gearriveerd, laat ze het servies uit haar handen vallen.

Zo zien we Dirk Roofthoofd een tekst voorlezen waarvan pas later, bij het lezen van het programmablad, duidelijk wordt dat het een gedicht van de schrijver Joseph Brodsky is. Zo zien we een vrouw plaatsnemen op een krukje, dat ze nog even een paar centimeter verplaatst zodat het licht precies goed valt op de bovenkant van haar gezicht. Ze zingt muziek die associaties oproept met sjamanen. En er is een lied van Judith Vindevogel, Ich habe genug van Johann Sebastian Bach. Dat gevoel, het is flauw om te zeggen maar waar, bekruipt mij dan al enige tijd. Aan het slot komt uit de coulissen een groep mensen op die met hun rug naar het publiek gaat zitten. Kennelijk moeten zij associaties oproepen met een kerkdienst.

Met alle respect voor de integriteit van Lotte van den Berg en de kwaliteiten van haar spelers, het is in geen enkel opzicht een geslaagde ervaring geworden. In spiritueel noch in theatraal opzicht spreekt Winterverblijf tot de verbeelding. Integendeel, in de loop van de anderhalf uur duurt, stijgt de verbazing en irritatie. Van alles wat theater kan zijn - vermakelijk, schokkend, dramatisch, interessant, een nieuwe levenswijze of filosofie tonend, onderhoudend enzovoort enzovoort - ontbreekt in deze voorstelling elk spoor. Het is een subjectieve ervaring, uiteraard. Maar ik heb na afloop niets dieps ervaren, alleen een stijgende boosheid.