Logistiek en organisatorisch moet het een enorme klus geweest zijn. Al anderhalf jaar is Theatergroep Hollandia bezig met de voorbereidingen voor de realisatie van een oude droom: een theatervoorstelling spelen in een bedrijf, waar intussen het werk gewoon doorgaat. Op Schiphol, in de vrachtgebouwen van KLM Cargo, speelt zich hun eerste Industrieproject af. Bij aankomst krijg je een sticker opgeplakt en een lijst met veiligheidsvoorschriften uitgereikt: net echt, ben je geneigd te denken, maar nee, het is echt.

De voorstelling bestaat uit drie delen, waarvan het eerste deel beschouwd kan worden als een ode aan de arbeid. Het publiek wordt geposteerd op postpakketten in de grote hal. Op de energieke muziek van Workers Union (Louis Andriessen, 1975), speelt zich een 'mechanisch ballet' af, dat doet denken aan Modern Times van Charlie Chaplin en de jaren twintig van deze eeuw. De twaalf acteurs bewegen zich in blauwe KLM-uniformen als machinemensen voort rond twaalf keukentrapjes van wisselende grootte. Het valt op dat vooral de mannen excelleren in de stramme strakheid van de ritmische bewegingen; zij stralen vastberadenheid uit en geloof in de vooruitgang.

Het tweede deel speelt zich in een belendende hal af. Op een balkon is een tribune geplaatst die uitzicht biedt op de immense werkvloer erachter. De acteurs worden gelanceerd via een soort platform, van waaruit ze het vliegtuig' binnenstappen., dat wordt aangedreven door een steward op een fiets met houten propeller. Een bont scala aan kitscherige glamourpersonages hijst zich aan boord: een excentrieke Amerikaanse, een klef homo-stel, een kunstcritica, een moderne prinses a la Lady Di, een Soundmixshow presentator, Barbie zelf. De twee stewardessen bespreken hun vetrollen, terwijl ze verveeld het zwemvest demonstreren. In flitsende, komische scenes wordt met voortreffelijk spel een beeld geschetst van de wereld van reality-tv en pulpbladen.

Het derde en laatste deel had het sluitstuk van de voorstelling moeten worden. Na de blik op het verleden en het toch wel huiveringwekkend lege heden lag in de bedoeling dat een theatraal debat plaats zou vinden over de toekomst: wat is er overgebleven van de grote ideologieën? Wat zijn de grote, maatschappelijke problemen en wat kan je daarmee als theatermaker?

In een inlegvel in het programmaboekje wordt uitgelegd dat de makers er niet uit zijn gekomen en hebben gekozen voor een noodoplossing: door elkaar heen worden fragmenten van twee recente stukken (Kingcorn en Twee Stemmen) gespeeld.

Het is een domper, juist omdat de pretenties van Industrieproject: KLM Cargo zo hoog zijn. Vooral dat derde deel had inhoud moeten geven aan wat nu toch enigszins buitenkant blijft. Zeker, als decor oogt zo'n enorme hal imposant, maar je vraagt je af of het al dat gedoe wel waard is. Toch komt in het derde deel nog wel iets van de bedoeling over, omdat juist daar theater en werkelijkheid vrijwel naadloos in elkaar overlopen. Jeroen Willems spreekt zijn speech (een toespraak van een Shell-directeur over de morele dilemma's van multinationals) gedeeltelijk uit vanuit het kantoor van KLM-cargo waar een tiental personeelsleden druk aan de slag is achter computer en telefoon en Bert Luppes heeft zijn oude arbeiderskloffie (uit Kingcorn) verruild voor een KLM-uniform. In die spannende confrontatie -op meerdere niveaus -tussen realiteit en fictie krijg je een idee van wat de makers bezield moet hebben om dit avontuur aan te gaan.