Als je Shakespeare's Romeo en Julia afstroopt tot op het bot, met weglating van de familievete en de sociaal-politieke implicaties daarvan, dan blijft over een jong liefdespaar dat zo wanhopig verliefd is op elkaar dat ze bereid zijn voor die liefde te sterven.
Wanneer je Pasolini's toneeltekst Orgie weghaalt uit de homo-erotische sfeer en het stuk laat spelen door een heteroseksueel paar, krijgt het een totaal andere lading: de vernederingen die de een de ander laat ondergaan hebben in het homo-circuit een andere betekenis wanneer het om een man en een vrouw gaat.
De jonge regisseur Jan Peter Gerrits maakte op basis van tekstfragmenten van beide auteurs zijn eigen verhaal van Romeo en Julia, waarin hij tot de kern wil gaan van wat liefde vermag: de totale overgave. Liefde en dood zijn in zijn -uitermate romantische- optiek onlosmakelijk met elkaar verbonden. De grenzen van de liefde verkennen, dat doen zijn Romeo en Julia onophoudelijk, maar omdat een dramatische ontwikkeling ontbreekt, blijft de confrontatie tussen de twee jonge mensen niet meer dan een willekeurig aftasten van die grenzen, zonder noodzaak en zonder werkelijke hartstocht. In alle opzichten domineert het gruwelijke sadisme van Pasolini's tekst de lyriek van Shakespeare.
De taal, soms uitermate poetisch, soms uiterst platvloers, intrigeert weliswaar - al is het maar omdat je steeds denkt: is dit Shakespeare of Pasolini? Erg moeilijk is dat niet-, maar glijdt grotendeels langs je heen. Het is lastig in te schatten in hoeverre dat aan de tekst of aan de acteurs ligt. Jan Peter Gerrits koos voor jonge acteurs, waarschijnlijk in de verwachting dat zij door hun jeugd iets van de onbekommerde hartstocht van de allereerste grote liefde zouden uitstralen.
In het sterke openingsbeeld werkt dat wel: hij staat naakt en weerloos in het lege speelvlak; zij, onzichtbaar achter hem, streelt met haar handen zijn buik en zijn heupen. De mise en scene levert in de rest van het stuk veel minder krachtige beelden op, slechts bij vlagen komt iets van passie over. Met name de rol van Julia is weinig overtuigend ingevuld: zij doet vooral in het begin met het gefrunnik aan haar mini-rokje meer denken aan een nukkig tienermeisje dat gekrenkt is omdat haar vriendje even geen zin in haar heeft dan aan een hartstochtelijk verliefde, jonge vrouw. Eric de Vroedt geeft zijn Romeo meer expressie, als hij met onrustig heen en weer schietende ogen de ruimte aftast, op zoek naar rust of bevrijding of een uitweg.
"Leven is trillen", is het motto voor deze voorstelling. Oftewel: alleen opperste extase is wat het leven, de liefde, de moeite waard maakt. Jammer alleen, dat deze Romeo en Julia zo weinig trillen.