Het duurt lang voordat de stilte wordt doorbroken. In de allereerste scènes van Antonius en Cleopatra wandelt een man in groen regenjack langzaam over het podium; vervolgens komen twee vrouwen op die een choreografie vol verstilde gestiek opvoeren. Een gebarentaal die doet denken aan plaatjes uit de oudheid en die de hele voorstelling wordt volgehouden.
Een oorverdovend tatatatata! doet de induttende toeschouwer opveren. Een geluidseffect dat bij elke opkomst van de grote veldheer Antonius of Cleopatra, koningin van Egypte, wordt volgehouden, tot vervelens toe. Regisseur Ivar van Urk heeft in deze coproductie van zijn eigen Oranjehotel met het RO-theater- zijn eerste grote-zaalproductie- gekozen voor een aantal consequente vormkenmerken: de lichtelijk vervreemdende gestiek, de geluidseffecten en de hoge schoenen, waardoor de personages gedwongen moeizaam en lichtelijk kronkelend bewegen. De belichting speelt een belangrijke rol: op de gemarmerde achterwand wordt door verschillende kleuren te projecteren aangegeven of wij ons in Rome, Egypte dan wel elders bevinden. In het verder lege decor vormen drie in grootte toenemende kubussen een trap of troon, waarop Cleopatra steevast klautert alvorens te spreken en die in de slotscène tenslotte wordt beklommen door de triomferende Octavius. Wankelend van al die nieuw verworven macht (of van die hoge schoenen?) repeteert hij alvast zijn overwinnaarsrede.
Wat ontbreekt aan deze Antonius en Cleopatra -na Romeo en Julia toch wel het beroemdste liefdespaar- is de passie. Gedeeltelijk ligt dat aan de regisseur die door een overmaat aan stilering waarschijnlijk hoopte greep op de weerbarstige materie te krijgen en verzuimde de psychologische aspecten uit te diepen. Voor een ander deel ligt dat aan het spel van Michel van Dousselare en Catherine ten Bruggencate, toch niet de eerste de beste: Van Dousselare is als Antonius een soort van Bourgondische papzak, zonder enige overtuigingskracht; Ten Bruggencate speelt Cleopatra als een koele vrouw, gewend om haar zin te krijgen, nukkig en veeleisend. Maar tussen hen beiden gebeurt er helemaal niets dat lijkt op zelfs maar een klein beetje sympathie, laat staan genoeg passie om een heel keizerrijk te gronde te richten.