Niet zo lang geleden sprong acteur Carol van Herwijnen woedend op de fiets om toneelcriticus Hein Janssen te lijf te gaan in de televisiestudio, waar hij iets lelijks over van Herwijnen gezegd zou hebben. Misschien dat een dergelijk voorval de Engelse auteur Ben Elton -bekend van de tv-series The Young Ones en Blackadder- geïnspireerd heeft tot het schrijven van Stomme Koe! waarin de verhouding tussen acteur en criticus nog wel wat heftiger onder spanning komt te staan.

De criticus, in dit geval roddelcolumniste Doris, wordt in Stomme Koe! voor de rechter gedaagd door een actrice die ze behalve "trillende papperige dijen" heeft verweten dat ze absoluut niet kan acteren. "Iedereen weet dat ik geen serieus criticus ben, ik ben een vals sekreet", verdedigt Doris zich. In de Nederlandse journalistieke praktijk is Doris een ondenkbaar personage. Haar columns zouden in geen enkel zichzelf respecterend dagblad worden afgedrukt en voor de schandaalbladen zijn haar teksten te intelligent en te subversief. Misschien ligt het in Engeland anders; de riooljournalistiek wordt daar met vaart en verve op allerlei niveaus bedreven. De vertaler, die overigens nergens wordt vermeld, heeft zijn best gedaan om het stuk naar de Nederlandse situatie te verplaatsen en de verwijzingen naar Marco Bakker, Prins Pils, Joop Braakhekke en andere populaire landgenoten zijn legio. Het Nationale Toneel krijgt een paar flinke vegen uit de pan als symbool van het 'gesubsidieerd toneel' waar veel te veel geld naar toe gaat en geen hond naar komt kijken, op acht rijen genodigden en vijfhonderd schoolkinderen na; nogal curieus op het moment dat het Haarlems Toneel, voor het eerst in haar geschiedenis, een deel uit de subsidiepot lijkt te gaan opstrijken.

Het eerste gedeelte van het stuk bestaat uit een uitgebreide kennismaking met de bitchy Doris en haar verreikende ambities en met de mensen om haar heen: haar keurige assistente Peggy, haar poenerige collega Martin, de grijze boekhouder Fred en Eduardo, haar ongelooflijk ordinaire toyboy. Nogal vlakke, clichématige personages waartussen Labij met haar onophoudelijke stroom aan scherpe observaties en valse opmerkingen gunstig afsteekt, zij het dat ook haar personage eendimensionaal blijft. Ze krijgt geen enkele diepte of nuance.

Na de pauze volgt een aantal "verrassende ontwikkelingen", die hier niet verklapt zullen worden, maar die die wat mij betreft qua verrassing het niveau van de drol van de fopwinkel niet te boven komen: heel even grappig en daarna vooral heel erg flauw. Wat resteert is een komedie die het vooral moet hebben van platvloerse woordspelingen en grappen, zoals :"Ik hoop dat de rechter een mooie bef heeft. Ik ben dol op beffen" Wie dat leuk vindt, kan zijn lol op.