Aan het eind staat Falstaff helemaal alleen op het lege toneel. Zijn leger, een half dozijn dronkelappen en schuinsmarcheerders, heeft hem in de steek gelaten, nadat zijn ouwe makker, de zojuist tot koning gekroonde Henry V, hun vriendschap loochende: "Ga weg, oude man. Ik ken u niet", sprak Zijne Hoogheid en nam daarmee definitief afscheid van zijn vriend en zijn losbandige verleden.

Doorgaans wordt alleen het eerste deel van Henry IV opgevoerd. t Barre Land maakte een nieuwe, vrije bewerking van beide delen. Fris van de lever wordt het stuk gespeeld, gedreven en met aanstekelijk spelplezier. Dat levert een onderhoudende toneelavond op, waarbij het echte drama wat onder de tafel geschoven lijkt. In Henry IV wordt de gelijknamige koning, nadat hij zijn voorganger Richard II van de troon gestoten en vermoord heeft, geconfronteerd met oproer. Zijn vroegere vrienden keren zich tegen hem en zijn zoon, kroonprins Hendrik, onttrekt zich aan de politieke schermutselingen. Hij hangt liever met zijn vriend Falstaff in duistere kroegen rond. Bij de onvermijdelijke veldslag doodt de kroonprins zijn aartsrivaal Hendrik Hotspur. Daarmee zweert hij zijn losbandige leventje af bekeert zich tot een voorbeeldige trronopvolger. Aan het sterfbed van Henry IV volgt op het nippertje de verzoening tussen vader en zoon.

De eigenlijke hoofdpersonages in deze bewerking zijn Hendrik, de kroonprins en zijn vriend Falstaff. Henry IV is een zwak vorst, die met alle winden meewaait en weinig overtuigingskracht bezit, al wordt niet helemaal duidelijk of dat aan het karakter van de vorst ligt of aan de acteur (Martijn Nieuwerf). Vincent van den Berg is als kroonprins Hendrik sterk wisselend aanwezig. Vooral in de stillere scenes -de verzoeningsscene met zijn vader en de komische toneelscenes met Falstaff- is hij op dreef. Ster van de avond is zonder twijfel Jacob Derwig die als Falstaff zowel de komische als de dramatische registers meesterlijk weet te bespelen. Hij zet alles en iedereen naar zijn hand, een levensgenieter pur sang en een onverbeterlijke optimist, maar intussen stelt hij wel de vragen waar het om gaat bij een oorlog: "Wat is eer meer dan een grafsteen?" Zijn slotmonoloog, als hij door alles en iedereen verlaten, wanhopig probeert de moed erin te houden, is het meest ontroerende moment van de voorstelling.